Lassen, solderen & verhitten

Lassen, solderen & verhitten voor professionele montage, reparatie, metaalbewerking en onderhoud. Het assortiment omvat onder andere lasapparatuur, soldeerapparaten, soldeertin, heteluchtpistolen, branders, butaangasnavullingen en bijbehorende accessoires. Kies het juiste gereedschap en toevoegmateriaal op basis van materiaalsoort, verbindingstype, benodigde temperatuur, warmte-inbreng, plaatdikte, toepassing, bereikbaarheid en gewenste verbindingskwaliteit.

Lassen, solderen & verhitten voor professionele verbindingen en materiaalbewerking

Lassen, solderen en verhitten zijn technieken waarbij warmte wordt gebruikt om materialen:

  • permanent met elkaar te verbinden;
  • los te maken;
  • te vormen;
  • te krimpen;
  • te drogen;
  • te verwarmen;
  • te repareren;
  • plaatselijk te behandelen.

Deze technieken worden veel toegepast binnen:

  • metaalbewerking;
  • machinebouw;
  • automotive;
  • elektrotechniek;
  • installatietechniek;
  • onderhoud;
  • productie;
  • carrosseriebouw;
  • constructie;
  • werkplaatsen.

Hoewel lassen, solderen en verhitten allemaal warmte gebruiken, zijn het technisch verschillende processen.

De juiste keuze wordt daarom niet alleen bepaald door de gewenste temperatuur.

Minstens zo belangrijk zijn:

  • basismateriaal;
  • materiaaldikte;
  • gewenste verbindingssterkte;
  • verbindingstype;
  • toevoegmateriaal;
  • smelttemperatuur;
  • warmte-inbreng;
  • bereikbaarheid;
  • toepassing;
  • benodigde nauwkeurigheid;
  • gebruikte energiebron;
  • bescherming van het werkstuk.

Welke producten vallen onder lassen, solderen & verhitten?

Binnen deze hoofdgroep kunnen onder andere vallen:

  • lasapparaten;
  • elektrodelasmachines;
  • MIG/MAG-lasapparaten;
  • TIG-lasapparaten;
  • lasinverters;
  • lastoortsen;
  • laskabels;
  • aardklemmen;
  • laselektroden;
  • lasdraad;
  • contacttips;
  • gasmondstukken;
  • soldeerbouten;
  • soldeerstations;
  • soldeerpistolen;
  • soldeertin;
  • vloeimiddelen;
  • desoldeergereedschap;
  • heteluchtpistolen;
  • gasbranders;
  • soldeerbranders;
  • butaangas;
  • gasnavullingen;
  • brandermondstukken;
  • krimpgereedschap;
  • hittebestendige accessoires;
  • las- en soldeerhulpmiddelen.

Lassen

Lassen is een verbindingsproces waarbij materialen plaatselijk worden verbonden door warmte, druk of een combinatie daarvan.

Bij veel metaalprocessen wordt het basismateriaal lokaal tot aan of nabij de smelttemperatuur gebracht.

Afhankelijk van het proces kan daarnaast:

toevoegmateriaal

worden gebruikt.

Lasverbinding

Een lasverbinding kan worden gebruikt om onderdelen permanent met elkaar te verbinden.

Voorbeelden zijn:

  • plaatdelen;
  • profielen;
  • buizen;
  • frames;
  • machineonderdelen;
  • carrosseriecomponenten;
  • constructies.

De kwaliteit van een lasverbinding wordt beïnvloed door veel meer dan alleen het lasapparaat.

Belangrijk zijn bijvoorbeeld:

  • materiaalsoort;
  • materiaaldikte;
  • lasnaadvorm;
  • voorbereiding;
  • lasproces;
  • stroomsterkte;
  • spanning;
  • lassnelheid;
  • beschermgas;
  • toevoegmateriaal;
  • warmte-inbreng.

Niet ieder metaal kan op dezelfde manier worden gelast

Materialen verschillen sterk in:

  • smeltpunt;
  • warmtegeleiding;
  • legeringssamenstelling;
  • oxidatiegedrag;
  • vervorming;
  • scheurgevoeligheid.

Daarom kan een instelling die goed werkt voor gewoon staal ongeschikt zijn voor bijvoorbeeld:

  • RVS;
  • aluminium;
  • gietijzer;
  • hoogwaardig staal.

Staal lassen

Constructiestaal is een van de meest voorkomende materialen voor laswerk.

Afhankelijk van de toepassing kunnen verschillende processen worden gebruikt, zoals:

  • MIG/MAG;
  • TIG;
  • elektrode lassen.

De juiste methode hangt af van:

  • plaatdikte;
  • bereikbaarheid;
  • gewenste lassnelheid;
  • laspositie;
  • kwaliteitseisen.

RVS lassen

Bij RVS moet rekening worden gehouden met:

  • geschikte toevoegmaterialen;
  • beschermgas;
  • warmte-inbreng;
  • vervuiling door koolstofstaal.

Contact met gereedschap of slijpstof van gewoon staal kan het oppervlak van RVS verontreinigen.

Gebruik daarom waar nodig speciaal gereedschap voor RVS.

Aluminium lassen

Aluminium stelt andere eisen dan staal.

Belangrijke kenmerken zijn:

  • hoge warmtegeleiding;
  • relatief lage smelttemperatuur;
  • hardnekkige oxidehuid.

De aluminiumoxidehuid heeft een veel hogere smelttemperatuur dan het onderliggende aluminium.

Daarom zijn een goede voorbereiding en het juiste lasproces belangrijk.

Voorbereiding van een lasverbinding

Een goede las begint met een correct voorbereid oppervlak.

Verwijder waar nodig:

  • olie;
  • vet;
  • verf;
  • roest;
  • oxidatie;
  • vuil;
  • vocht.

Verontreinigingen kunnen leiden tot:

  • porositeit;
  • slechte hechting;
  • insluitingen;
  • lasdefecten.

Ontvetten

Ontvetten vóór lassen helpt voorkomen dat olie en vet tijdens verhitting verbranden of in het smeltbad terechtkomen.

Gebruik een reinigingsmiddel dat geschikt is voor:

  • materiaal;
  • toepassing;
  • lasproces.

Roest verwijderen

Roest kan de laskwaliteit negatief beïnvloeden.

Verwijder deze waar nodig met bijvoorbeeld:

  • staalborstel;
  • schuurmateriaal;
  • slijpgereedschap.

Gebruik bij RVS geen verontreinigd koolstofstaalgereedschap wanneer kruisbesmetting moet worden voorkomen.

Lasnaadvormen

Er bestaan verschillende lasnaad- en verbindingstypen.

Voorbeelden zijn:

  • stompe verbinding;
  • hoeklas;
  • overlapverbinding;
  • T-verbinding;
  • randverbinding.

De juiste voorbereiding hangt af van:

  • materiaaldikte;
  • lasproces;
  • gewenste inbranding.

Hechtlassen

Voor definitief lassen kunnen onderdelen eerst met korte hechtlassen worden gefixeerd.

Dit helpt om:

  • positie vast te houden;
  • uitlijning te behouden;
  • vervorming te beperken.

Vervorming door lassen

Door lokale verhitting en afkoeling zet materiaal uit en krimpt het weer.

Hierdoor kan een werkstuk:

  • kromtrekken;
  • verdraaien;
  • spanning opbouwen.

Dit is vooral relevant bij:

  • dun plaatmateriaal;
  • lange lasnaden;
  • asymmetrische constructies.

Warmte-inbreng

De hoeveelheid warmte die tijdens het lassen in het werkstuk wordt gebracht beïnvloedt:

  • smeltbad;
  • inbranding;
  • vervorming;
  • structuur van het materiaal;
  • warmtebeïnvloede zone.

Te veel warmte kan problemen veroorzaken.

Te weinig warmte kan leiden tot onvoldoende verbinding.

Warmtebeïnvloede zone

Naast de daadwerkelijk gesmolten las bevindt zich een gebied dat wel sterk wordt verwarmd maar niet volledig smelt.

Dit wordt de:

warmtebeïnvloede zone

genoemd.

Hier kunnen de materiaaleigenschappen veranderen.

MIG/MAG lassen

MIG/MAG-lassen gebruikt een continu aangevoerde lasdraad die als elektrode en toevoegmateriaal fungeert.

Een beschermgas beschermt het smeltbad tegen ongewenste reactie met de omgevingslucht.

MIG en MAG

MIG en MAG gebruiken hetzelfde basisprincipe maar verschillen in het gebruikte beschermgas.

MIG

Metal Inert Gas gebruikt een inert beschermgas.

MAG

Metal Active Gas gebruikt een actief of gedeeltelijk actief beschermgas.

Lasdraad

Bij MIG/MAG wordt lasdraad via de toorts naar het smeltbad gevoerd.

Belangrijke eigenschappen zijn:

  • draaddiameter;
  • materiaal;
  • spoelmaat;
  • lasproces;
  • basismateriaal.

Draaddiameter

Veel voorkomende diameters zijn bijvoorbeeld:

  • 0,6 mm;
  • 0,8 mm;
  • 1,0 mm;
  • 1,2 mm.

De juiste diameter hangt af van machine en toepassing.

Draadvoersnelheid

De snelheid waarmee lasdraad wordt aangevoerd moet passen bij:

  • stroom;
  • spanning;
  • draaddiameter;
  • laspositie.

Een verkeerde instelling kan leiden tot een instabiele boog.

Contacttip

De contacttip draagt stroom over op de lasdraad.

De opening moet passen bij de draaddiameter.

Een versleten of verkeerde contacttip kan leiden tot:

  • slechte stroomoverdracht;
  • onregelmatige draadvoer;
  • instabiele lasboog.

Gasmondstuk

Het gasmondstuk leidt beschermgas rond de lasboog en het smeltbad.

Vervuiling met lasspetters kan de gasstroom verstoren.

Houd het mondstuk daarom schoon.

Beschermgas

Het juiste beschermgas hangt af van:

  • lasproces;
  • materiaal;
  • gewenste laseigenschappen.

Gebruik niet willekeurig hetzelfde gas voor ieder materiaal.

Geen beschermgas

Bepaalde gevulde lasdraden zijn ontworpen om zonder externe beschermgasfles te werken.

Dit wordt vaak:

flux-cored / gevulde draad

genoemd.

Niet iedere flux-cored draad werkt echter zonder extern gas.

Controleer daarom altijd de specificatie.

TIG lassen

TIG staat voor:

Tungsten Inert Gas.

Bij TIG-lassen wordt een niet-afsmeltende wolfraamelektrode gebruikt om de lasboog te produceren.

Toevoegmateriaal kan afzonderlijk met de hand of mechanisch worden toegevoegd.

Voordelen van TIG

TIG wordt vaak gebruikt wanneer belangrijk zijn:

  • nauwkeurige warmtecontrole;
  • nette lasnaad;
  • dun materiaal;
  • hoge laskwaliteit.

TIG en dun plaatmateriaal

Door de goede controle over de lasboog kan TIG geschikt zijn voor relatief dun materiaal.

Dit vereist wel:

  • techniek;
  • juiste instellingen;
  • goede voorbereiding.

Wolfraamelektrode

De TIG-elektrode moet passen bij:

  • stroomtype;
  • materiaal;
  • machine;
  • stroomsterkte.

Er bestaan verschillende elektrode-uitvoeringen.

Elektrode slijpen

De puntvorm van de wolfraamelektrode beïnvloedt de lasboog.

Voor bepaalde processen wordt de elektrode in een specifieke richting geslepen.

Volg de aanbevelingen voor elektrode en toepassing.

Toevoegstaaf TIG

Bij TIG wordt toevoegmateriaal vaak als losse staaf in het smeltbad gebracht.

De chemische samenstelling moet passen bij het basismateriaal.

Elektrode lassen

Elektrode lassen wordt ook aangeduid als:

  • MMA;
  • SMAW;
  • booglassen met beklede elektrode.

Hierbij wordt een afsmeltende elektrode gebruikt.

Beklede elektrode

De elektrode bestaat uit:

  • metalen kern;
  • bekleding.

De bekleding helpt tijdens het lassen bij onder andere:

  • bescherming van de las;
  • boogstabiliteit;
  • vorming van slak.

Slak

Na het lassen kan een laag slak op de lasnaad achterblijven.

Deze moet na afkoeling worden verwijderd wanneer dit nodig is.

Gebruik bijvoorbeeld:

  • bikhamer;
  • staalborstel.

Elektrodediameter

Elektroden bestaan in verschillende diameters.

De juiste diameter hangt onder andere af van:

  • materiaaldikte;
  • laspositie;
  • stroomsterkte.

Lasstroom

De lasstroom wordt doorgaans aangegeven in:

A – ampère.

Een hogere stroom veroorzaakt doorgaans meer warmte-inbreng.

De juiste instelling hangt af van:

  • elektrodediameter;
  • lasdraad;
  • materiaal;
  • plaatdikte;
  • lasproces.

Te lage lasstroom

Een te lage stroom kan leiden tot:

  • slechte boogstabiliteit;
  • onvoldoende inbranding;
  • vastplakken van elektrode.

Te hoge lasstroom

Een te hoge stroom kan leiden tot:

  • doorbranden;
  • overmatige vervorming;
  • veel lasspetters;
  • te brede lasnaad.

Lasinverter

Een lasinverter gebruikt vermogenselektronica om het elektrische lasvermogen te regelen.

Voordelen kunnen zijn:

  • compact formaat;
  • relatief laag gewicht;
  • efficiënte regeling;
  • instelbaarheid.

Inschakelduur

Bij lasapparaten is:

inschakelduur

een belangrijke specificatie.

Deze geeft aan hoe lang het apparaat binnen een bepaalde periode onder een bepaalde belasting kan lassen voordat koeling nodig is.

Duty cycle

In internationale specificaties wordt vaak de term:

duty cycle

gebruikt.

Een machine kan bijvoorbeeld een hoger percentage inschakelduur hebben bij lagere lasstroom.

100% inschakelduur

100% betekent dat het apparaat onder de opgegeven omstandigheden continu kan werken binnen de betreffende testcyclus.

Dit geldt alleen voor de specifiek opgegeven stroom en omstandigheden.

Niet alleen maximale ampère vergelijken

Een lasapparaat met een hogere maximale stroom is niet automatisch beter.

Voor professioneel gebruik zijn ook belangrijk:

  • inschakelduur;
  • regeling;
  • procesmogelijkheden;
  • koeling;
  • aansluiting;
  • gebruiksgemak.

Aardklem

Bij veel elektrische lasprocessen moet het elektrische circuit via een aard- of massaklem worden gesloten.

Deze klem moet goed elektrisch contact maken met het werkstuk.

Slecht massapunt

Een slecht contact kan leiden tot:

  • instabiele boog;
  • warmteontwikkeling;
  • slechte laskwaliteit.

Verwijder indien nodig verf, roest of vuil op het contactpunt.

Laskabel

Laskabels moeten geschikt zijn voor:

  • stroomsterkte;
  • lengte;
  • aansluiting.

Een te dunne of zeer lange kabel kan spanningsverlies en warmteontwikkeling veroorzaken.

Lasrook

Tijdens lassen kunnen rook en fijne deeltjes ontstaan.

De samenstelling hangt af van:

  • basismateriaal;
  • toevoegmateriaal;
  • coating;
  • lasproces.

Gebruik passende:

  • bronafzuiging;
  • ventilatie;
  • ademhalingsbescherming

waar nodig.

Gelaste verzinkte onderdelen

Bij verhitting van verzinkte oppervlakken kunnen zinkhoudende dampen en rook ontstaan.

Verwijder coatings waar nodig en zorg voor geschikte afzuiging en bescherming.

Gelakte materialen

Lassen door:

  • verf;
  • coating;
  • olie

kan ongewenste rook en lasproblemen veroorzaken.

Maak de laszone daarom correct schoon.

Lasogen

De elektrische lasboog produceert zeer intens:

  • zichtbaar licht;
  • UV-straling;
  • infraroodstraling.

Gebruik daarom geschikte lasoog- en gelaatsbescherming.

Lashelm

Een lashelm beschermt:

  • ogen;
  • gezicht;
  • huid

tegen straling en lasspetters.

Automatisch verduisterende lashelm

Een automatische lashelm gebruikt sensoren om het filter snel donkerder te maken wanneer de lasboog ontstaat.

Belangrijke eigenschappen kunnen zijn:

  • verduisteringsbereik;
  • reactietijd;
  • aantal sensoren;
  • gevoeligheid;
  • vertraging.

Lashandschoenen

Lashandschoenen beschermen tegen:

  • hitte;
  • vonken;
  • scherpe metalen randen.

De juiste handschoen hangt af van het lasproces.

Brandgevaar

Lasspetters kunnen brandbare materialen ontsteken.

Verwijder daarom uit de werkzone bijvoorbeeld:

  • papier;
  • karton;
  • oplosmiddelen;
  • brandbare vloeistoffen;
  • textiel;
  • brandbaar stof.

Brandwacht

Bij bepaalde werkzaamheden kan controle tijdens en na het lassen nodig zijn om smeulende of verborgen brand te voorkomen.

Gasflessen

Bij lassen met beschermgas worden gasflessen gebruikt.

Deze bevatten gas onder hoge druk.

Zorg voor:

  • correcte opslag;
  • rechtopstaande positionering;
  • bescherming tegen omvallen;
  • passende drukregelaar.

Drukregelaar

Een drukregelaar verlaagt de hoge flesdruk naar een bruikbare werkdruk of gasflow.

Gebruik een regelaar die geschikt is voor het betreffende gas.

Gasflow

De beschermgasstroom wordt vaak aangegeven in:

liter per minuut.

Te weinig gas kan onvoldoende bescherming geven.

Te veel gas is niet automatisch beter en kan turbulentie veroorzaken.

Tocht

Sterke luchtstromen kunnen het beschermgas rond een lasboog wegblazen.

Dit is vooral belangrijk bij:

  • MIG/MAG;
  • TIG.

Buitenlassen met beschermgas kan daardoor extra maatregelen vereisen.

Solderen

Solderen is een verbindingsproces waarbij het toevoegmateriaal smelt maar de te verbinden basismaterialen normaal gesproken niet volledig worden gesmolten.

Dit is een fundamenteel verschil met veel lasprocessen.

Soldeerverbinding

Gesmolten soldeer vloeit tussen of over de te verbinden oppervlakken.

Na afkoeling ontstaat de verbinding.

Een goede soldeerverbinding vereist onder andere:

  • schoon oppervlak;
  • geschikte temperatuur;
  • passend soldeer;
  • passend vloeimiddel waar nodig.

Zachtsolderen

Bij zachtsolderen wordt gebruikgemaakt van relatief laag smeltende soldeerlegeringen.

Dit wordt veel gebruikt bij:

  • elektronica;
  • elektrische bedrading;
  • lichte metaalverbindingen.

Hardsolderen

Bij hardsolderen wordt een toevoegmateriaal met een hogere smelttemperatuur gebruikt.

De basismaterialen zelf worden daarbij niet volledig gesmolten.

Hardsolderen kan sterkere verbindingen mogelijk maken dan veel zachtsoldeerprocessen.

Solderen versus lassen

Lassen

Bij veel lasprocessen smelt het basismateriaal lokaal mee.

Solderen

Bij solderen smelt vooral het toevoegmateriaal.

De onderdelen worden door het gesmolten soldeer met elkaar verbonden.

Soldeerbouten

Een soldeerbout bevat een verwarmde punt waarmee warmte naar de soldeerverbinding wordt gebracht.

Belangrijke eigenschappen zijn:

  • vermogen;
  • temperatuurregeling;
  • opwarmtijd;
  • puntvorm;
  • puntmaat.

Vermogen soldeerbout

Het vermogen wordt doorgaans aangegeven in:

W – watt.

Een hoger vermogen kan helpen om warmte sneller aan een grotere verbinding toe te voeren.

Maar meer watt is niet automatisch beter voor fijn elektronisch werk.

Kleine soldeerbout

Voor kleine elektronische componenten is vaak:

  • nauwkeurige temperatuurregeling;
  • kleine punt;
  • beperkt formaat

belangrijker dan zeer hoog vermogen.

Grote soldeerbout

Voor grotere verbindingen zoals:

  • dikke kabels;
  • metalen componenten;
  • grote soldeerlippen

kan meer thermisch vermogen nodig zijn.

Soldeerstation

Een soldeerstation bestaat doorgaans uit:

  • regelunit;
  • soldeerbout;
  • houder;
  • temperatuurregeling.

Professionele stations kunnen een nauwkeuriger en stabieler proces bieden.

Temperatuurregeling

Een regelbaar soldeerstation houdt de punt rond een ingestelde temperatuur.

Dit helpt bij:

  • herhaalbaarheid;
  • bescherming van componenten;
  • juiste soldeervloeiing.

Te lage soldeertemperatuur

Wanneer de temperatuur te laag is kan soldeer:

  • slecht vloeien;
  • onvoldoende bevochtigen;
  • een zwakke verbinding vormen.

Te hoge soldeertemperatuur

Een te hoge temperatuur kan:

  • printplaten beschadigen;
  • flux snel verbranden;
  • oxidatie verhogen;
  • componenten oververhitten;
  • soldeerpunt sneller laten slijten.

Soldeerpunt

De vorm en grootte van de soldeerpunt moet passen bij het werk.

Voorbeelden zijn:

  • fijne punt;
  • beitelpunt;
  • brede punt.

Kleine punt is niet altijd beter

Een zeer fijne punt heeft weinig contactoppervlak en kan warmte moeilijker overbrengen naar grotere verbindingen.

Gebruik daarom de grootste punt die nog praktisch bij de verbinding past.

Punt vertinnen

Een soldeerpunt wordt vaak voorzien van een dun laagje soldeer.

Dit helpt bij:

  • warmteoverdracht;
  • bescherming tegen oxidatie.

Soldeerpunt reinigen

Reinig de punt met geschikt materiaal, bijvoorbeeld:

  • messingwol;
  • daarvoor geschikte vochtige spons.

Agressief schuren kan beschermlagen beschadigen.

Soldeertin

Soldeertin is een algemene commerciële naam voor soldeerdraad.

Moderne soldeerlegeringen bevatten niet noodzakelijk voornamelijk tin of alleen tin.

De exacte legering is belangrijk.

Loodhoudend soldeer

Traditioneel werd veel soldeer met tin en lood gebruikt.

Het gebruik van loodhoudende legeringen is in veel toepassingen beperkt of gereguleerd.

Gebruik alleen soldeer dat past bij toepassing en geldende eisen.

Loodvrij soldeer

Loodvrije soldeerlegeringen gebruiken andere samenstellingen.

Deze kunnen bijvoorbeeld gebaseerd zijn op:

  • tin;
  • zilver;
  • koper;
  • andere legeringselementen.

Loodvrij werkt anders

Loodvrij soldeer kan een hogere procestemperatuur nodig hebben dan klassieke tin-loodlegeringen.

Pas daarom:

  • temperatuur;
  • flux;
  • soldeertechniek

aan aan de gebruikte legering.

Diameter soldeerdraad

Soldeerdraad bestaat in verschillende diameters.

Dun draad is handig voor kleine elektronische verbindingen.

Dikker draad kan sneller voldoende toevoegmateriaal leveren bij grotere verbindingen.

Flux

Flux helpt tijdens solderen om:

  • oxiden te verwijderen;
  • nieuwe oxidatie te beperken;
  • bevochtiging te verbeteren.

Fluxkern

Veel soldeerdraad voor elektronica bevat een geïntegreerde:

fluxkern.

Daardoor komt tijdens het smelten automatisch flux vrij.

Extra flux

Bij bepaalde toepassingen kan aanvullende flux worden gebruikt.

Gebruik alleen flux die geschikt is voor:

  • basismateriaal;
  • soldeerlegering;
  • toepassing.

Zure flux

Sterk actieve of zure fluxen kunnen metalen goed reinigen maar zijn niet automatisch geschikt voor elektronica.

Residuen kunnen corrosief zijn.

Elektronicaflux

Voor elektronica worden vaak mildere fluxsystemen gebruikt.

Controleer altijd of reiniging na het solderen nodig is.

Koude soldeerverbinding

Een slechte soldeerverbinding wordt soms aangeduid als:

koude soldering.

Mogelijke oorzaken zijn:

  • onvoldoende warmte;
  • beweging tijdens stollen;
  • vervuild oppervlak;
  • slechte bevochtiging.

Goede soldeerverbinding

Een goede soldeerverbinding heeft voldoende:

  • bevochtiging;
  • hechting;
  • mechanische stabiliteit.

Uiterlijk alleen is echter niet altijd voldoende om kwaliteit te beoordelen.

Printplaten solderen

Bij elektronica moet warmte zo gecontroleerd mogelijk worden ingebracht.

Te lange verhitting kan:

  • printbanen losmaken;
  • componenten beschadigen;
  • isolatie aantasten.

Kabels solderen

Bij elektrische kabels kan solderen worden gebruikt om verbindingen te maken.

Let erop dat soldeer niet te ver via capillaire werking in de kabel trekt, omdat hierdoor een stijve overgang kan ontstaan.

Mechanische ondersteuning

Een soldeerverbinding hoeft niet automatisch de volledige mechanische trekkracht van een kabel op te nemen.

Gebruik indien nodig:

  • trekontlasting;
  • connectorhuis;
  • klemverbinding.

Desolderen

Soldeerverbindingen kunnen worden verwijderd met bijvoorbeeld:

  • desoldeerpomp;
  • desoldeerlitze;
  • desoldeerstation;
  • hetelucht.

Desoldeerpomp

Een desoldeerpomp gebruikt onderdruk om vloeibaar soldeer op te zuigen.

Desoldeerlitze

Desoldeerlitze is gevlochten koperdraad die vloeibaar soldeer via capillaire werking opneemt.

Hetelucht voor elektronica

Voor bepaalde elektronische componenten wordt warme lucht gebruikt om meerdere soldeerpunten tegelijk te verwarmen.

Dit vereist nauwkeurige temperatuur- en luchtstroomregeling.

Heteluchtpistolen

Heteluchtpistolen produceren een gecontroleerde stroom hete lucht.

Ze worden gebruikt voor:

  • krimpkous;
  • verf verwijderen;
  • kunststof vormen;
  • drogen;
  • verwarmen;
  • folie;
  • lijmverbindingen;
  • ontdooien in daarvoor geschikte toepassingen.

Temperatuur

De uitgangstemperatuur kan afhankelijk van model oplopen tot enkele honderden graden Celsius.

Gebruik nooit één vaste temperatuur voor iedere toepassing.

Temperatuurregeling

Heteluchtpistolen kunnen beschikken over:

  • vaste standen;
  • traploze instelling;
  • elektronische temperatuurregeling;
  • digitale temperatuurweergave.

Luchtvolume

Naast temperatuur is ook het:

luchtdebiet

belangrijk.

Een hogere luchtstroom brengt sneller warmte naar een groter oppervlak.

Temperatuur en luchtvolume samen

Een hoge temperatuur met lage luchtstroom geeft een andere warmteoverdracht dan dezelfde temperatuur met veel lucht.

Beide moeten daarom bij professioneel gebruik afzonderlijk worden beschouwd.

Krimpkous

Een van de meest voorkomende toepassingen van hetelucht is:

krimpkous.

Door verwarming krimpt de kunststof buis rond:

  • kabels;
  • connectoren;
  • verbindingen.

Krimptemperatuur

Krimpkous heeft een bepaalde temperatuur nodig om goed te krimpen.

Te weinig warmte kan leiden tot:

  • onvolledige krimp.

Te veel warmte kan:

  • materiaal beschadigen;
  • isolatie smelten;
  • verkoling veroorzaken.

Krimpverhouding

Krimpkous kan bijvoorbeeld een verhouding hebben zoals:

  • 2:1;
  • 3:1;
  • 4:1.

Dit beschrijft hoe sterk de diameter kan afnemen.

Krimpkous met lijm

Sommige krimpkous bevat een interne lijmlaag.

Tijdens verwarming smelt deze en kan een betere:

  • afdichting;
  • mechanische ondersteuning

geven.

Verf verwijderen

Hetelucht kan verf zacht maken zodat deze mechanisch kan worden verwijderd.

Gebruik hierbij bijvoorbeeld een geschikte:

  • schraper.

Oude verf

Bij oude coatings kunnen schadelijke stoffen vrijkomen tijdens verhitting.

Controleer daarom het materiaal en zorg voor passende bescherming.

Kunststof vormen

Veel thermoplastische kunststoffen kunnen door gecontroleerde verwarming worden:

  • gevormd;
  • gebogen;
  • aangepast.

De juiste temperatuur hangt af van de kunststofsoort.

Niet iedere kunststof hetzelfde verwarmen

PVC, PE, PP, ABS en andere kunststoffen hebben verschillende:

  • verwerkingstemperaturen;
  • smeltgedrag;
  • ontledingstemperaturen.

Gebruik daarom materiaalinformatie.

Nozzles

Heteluchtpistolen kunnen verschillende mondstukken gebruiken.

Voorbeelden zijn:

  • reduceermondstuk;
  • vlakmondstuk;
  • reflectormondstuk;
  • glasbeschermingsmondstuk.

Reduceermondstuk

Een reduceermondstuk concentreert de luchtstroom op een kleiner gebied.

Dit kan lokaal veel warmte produceren.

Vlakmondstuk

Een vlakmondstuk verdeelt de lucht over een bredere strook.

Dit is nuttig bij:

  • verf;
  • folie;
  • grote oppervlakken.

Reflectormondstuk

Een reflectormondstuk buigt hete lucht rond bijvoorbeeld een buis.

Dit kan handig zijn bij krimpkous.

Brandgevaar bij hetelucht

Een heteluchtpistool gebruikt geen open vlam maar kan materialen alsnog tot ontbranding brengen.

Let vooral op:

  • houtstof;
  • oplosmiddelen;
  • isolatiemateriaal;
  • papier;
  • verborgen holtes.

Hete nozzle

Het metalen mondstuk blijft na uitschakelen nog lange tijd heet.

Leg het gereedschap niet direct op brandbare oppervlakken.

Gasbranders

Gasbranders gebruiken een brandbaar gas om een open vlam te produceren.

Ze worden gebruikt voor bijvoorbeeld:

  • solderen;
  • verwarmen;
  • krimpen;
  • losmaken;
  • lichte metaalbewerking.

Butaanbranders

Compacte branders gebruiken vaak:

butaan.

Ze worden toegepast voor:

  • fijn solderen;
  • verwarmen;
  • hobby- en professioneel montagewerk.

Butaangas

Butaan wordt vloeibaar onder druk opgeslagen in patronen of navullingen.

Wanneer het vrijkomt verdampt het en kan het als brandstof worden gebruikt.

Butaangasnavulling

Gebruik alleen een navulling die qua:

  • gas;
  • aansluiting;
  • druk;
  • toepassing

geschikt is voor het betreffende apparaat.

Niet iedere gasbus past

Gaspatronen en navullingen bestaan in verschillende aansluitingen.

Gebruik geen adapter of improvisatie tenzij het systeem daarvoor expliciet is ontworpen.

Gaslek

Wanneer gas ontsnapt kan een ontvlambaar mengsel ontstaan.

Controleer aansluitingen op:

  • beschadiging;
  • lekkage;
  • vervuiling.

Gebruik geen open vlam om een gaslek te zoeken.

Vlaminstelling

Veel branders laten de vlamgrootte regelen.

Een grotere vlam betekent meer warmte maar is niet automatisch beter.

Stem de vlam af op:

  • werkstuk;
  • toevoegmateriaal;
  • bereikbaarheid.

Blauwe vlam

Een correct gemengde butaan- of gasvlam kan een duidelijke blauwe kern hebben.

De warmste zone bevindt zich afhankelijk van brandertype meestal rond het gebied net voorbij de binnenste vlamkegel.

Direct vlamcontact

Plaats niet automatisch het werkstuk midden in de vlamkern.

Voor solderen is het vaak beter om het werkstuk gelijkmatig te verwarmen zodat het soldeer door de werkstuktemperatuur smelt.

Solderen met brander

Bij grotere metalen verbindingen kan een gasbrander voldoende warmte leveren waar een elektrische soldeerbout onvoldoende vermogen heeft.

Dit wordt veel toegepast bij bijvoorbeeld:

  • leidingwerk;
  • metalen fittingen;
  • grotere massieve delen.

Capillaire werking

Bij bepaalde soldeerverbindingen wordt vloeibaar soldeer door een nauwe spleet tussen onderdelen getrokken.

Dit gebeurt door:

capillaire werking.

Een correcte spleet is daarom belangrijk.

Te grote voeg

Wanneer de ruimte tussen onderdelen te groot is kan capillaire werking verslechteren.

Te kleine voeg

Een te kleine of dichtgeklemde verbinding kan ervoor zorgen dat soldeer onvoldoende tussen de delen vloeit.

Hardsolderen met brander

Bij hardsolderen worden hogere temperaturen gebruikt dan bij zachtsolderen.

Hiervoor zijn vaak nodig:

  • krachtiger brander;
  • passend toevoegmateriaal;
  • geschikt fluxmiddel.

Koperleidingen solderen

Koperleidingen worden vaak gesoldeerd of hardgesoldeerd, afhankelijk van toepassing.

Een goede voorbereiding omvat bijvoorbeeld:

  • recht afkorten;
  • ontbramen;
  • reinigen;
  • correct passen;
  • flux toepassen indien nodig.

Ontbramen leiding

Na het afkorten van een leiding kan een braam ontstaan.

Deze kan:

  • stroming beïnvloeden;
  • vuil vasthouden;
  • montage bemoeilijken.

Verwijder daarom waar nodig de braam.

Oppervlakken reinigen

Koper en fitting moeten schoon zijn om goede bevochtiging door soldeer mogelijk te maken.

Verwarmen van de fitting

Bij capillair solderen wordt doorgaans de verbinding als geheel verwarmd in plaats van alleen het soldeerdraad direct met de vlam te smelten.

Te veel flux

Meer flux is niet automatisch beter.

Overmatige resten kunnen:

  • vervuiling;
  • corrosie

veroorzaken.

Gebruik de aanbevolen hoeveelheid.

Warmtebestendige matten

Bij branderwerk dicht bij:

  • muren;
  • kabels;
  • leidingen;
  • hout

kan een hittebestendige beschermmat worden gebruikt.

Deze helpt omliggende materialen tegen directe hitte te beschermen.

Brandbare isolatie

Let bij leidingwerk op verborgen brandbare materialen achter:

  • wand;
  • plafond;
  • leidingdoorvoer.

Warmte kan verder doordringen dan alleen het direct zichtbare werkgebied.

Losmaken door verwarmen

Metaal zet uit bij verhitting.

Daardoor kan gecontroleerde verwarming soms helpen om vastzittende:

  • bouten;
  • moeren;
  • lagers;
  • ringen;
  • componenten

los te maken.

Bout verwarmen

Het effect hangt af van welk onderdeel wordt verwarmd.

Wanneer bijvoorbeeld de buitenste moer of behuizing uitzet kan extra speling ontstaan.

Niet ongecontroleerd verwarmen

Warmte kan eigenschappen van materiaal veranderen.

Bij hoogbelaste of warmtebehandelde onderdelen kan sterke verhitting leiden tot:

  • verlies van hardheid;
  • vervorming;
  • beschadiging van coating.

Lager verwarmen

Lagers kunnen bij montage soms gecontroleerd worden verwarmd zodat de binnenring uitzet.

Gebruik hiervoor bij voorkeur geschikt gecontroleerd verwarmingsgereedschap.

Open vlam bij lager

Een open vlam kan een lager zeer ongelijkmatig verwarmen en materiaal of smeermiddel beschadigen.

Voor nauwkeurige lagermontage is gecontroleerde inductie- of plaatverwarming doorgaans geschikter.

Verhitten en temperatuur meten

Wanneer temperatuur kritisch is kan gebruik worden gemaakt van:

  • contactthermometer;
  • infraroodthermometer;
  • temperatuurindicator.

Infraroodthermometer

Een infraroodthermometer meet oppervlaktetemperatuur zonder fysiek contact.

De nauwkeurigheid wordt beïnvloed door:

  • emissiviteit;
  • oppervlak;
  • afstand;
  • meetspot.

Glanzend metaal

Glanzende metalen oppervlakken kunnen infraroodmetingen lastig maken.

Gebruik daarom niet zonder correctie een IR-waarde als exacte temperatuur van ieder metalen oppervlak.

Warmtegevoelige onderdelen

Let bij verhitten op onderdelen zoals:

  • rubber;
  • kunststof;
  • afdichtingen;
  • kabelisolatie;
  • lak;
  • elektronica.

Deze kunnen al beschadigen bij temperaturen waarbij het metaal zelf nog probleemloos blijft.

PBM bij lassen en verhitten

Afhankelijk van de werkzaamheden kunnen nodig zijn:

  • veiligheidsbril;
  • lashelm;
  • lashandschoenen;
  • hittebestendige handschoenen;
  • laskleding;
  • veiligheidsschoenen;
  • gehoorbescherming;
  • ademhalingsbescherming.

Synthetische kleding

Bij heet werk kunnen sommige synthetische stoffen:

  • smelten;
  • aan de huid kleven.

Gebruik geschikte werkkleding voor las- en hittewerkzaamheden.

Lasspetters

Gesmolten metaaldeeltjes kunnen tijdens lassen of slijpen rondvliegen.

Bescherm:

  • huid;
  • ogen;
  • omgeving.

Werkplekventilatie

Goede ventilatie is belangrijk bij:

  • lassen;
  • solderen;
  • verhitten van coatings;
  • gebruik van flux;
  • gasbranders.

Bronafzuiging

Bij las- en soldeerrook is afzuiging dicht bij de bron vaak effectiever dan alleen algemene ruimteventilatie.

Gas en besloten ruimte

Verbranding van gas verbruikt zuurstof en produceert verbrandingsproducten.

Gebruik open branders daarom niet zonder beoordeling in slecht geventileerde besloten ruimtes.

Koolmonoxide

Onvolledige verbranding kan koolmonoxide produceren.

Dit gas is:

  • kleurloos;
  • geurloos;
  • zeer gevaarlijk.

Zorg daarom voor voldoende ventilatie.

Hete onderdelen markeren

Een net gelast of verwarmd onderdeel kan er visueel hetzelfde uitzien als een koud onderdeel.

Markeer of positioneer heet werk daarom zo dat anderen het niet onverwacht aanraken.

Werkstuk vastzetten

Zorg dat werkstukken tijdens lassen en solderen goed gepositioneerd zijn.

Gebruik bijvoorbeeld:

  • lasklemmen;
  • griptangen;
  • magnetische lashulpen;
  • bankschroef;
  • opspanmiddelen.

Lasklemmen

Lasklemmen houden onderdelen tijdens voorbereiding en lassen op hun plaats.

De klem zelf kan tijdens het lassen heet worden.

Magneethoeken

Magnetische lashulpen kunnen onderdelen tijdelijk in een bepaalde hoek positioneren.

De nauwkeurigheid en houdkracht zijn productspecifiek.

Magneet en lasboog

Sterke magnetische velden kunnen bij sommige booglasprocessen de boog beïnvloeden.

Plaats magneten daarom niet automatisch direct naast de actieve laszone.

Laspositie

Lassen kan plaatsvinden in verschillende posities:

  • vlak;
  • horizontaal;
  • verticaal;
  • bovenhands.

Niet ieder toevoegmateriaal of lasproces is even geschikt voor iedere positie.

Bovenhands lassen

Bovenhands lassen vraagt extra aandacht omdat:

  • gesmolten materiaal;
  • lasspetters

naar beneden kunnen vallen.

Gebruik passende bescherming.

Lassen van dun plaatmateriaal

Dun plaatmateriaal kan gemakkelijk:

  • doorbranden;
  • vervormen.

Gebruik daarom gecontroleerde warmte-inbreng.

Technieken kunnen zijn:

  • korte lassen;
  • puntsgewijs werken;
  • tussenpozen;
  • geschikte lagere instellingen.

Dikker materiaal

Bij dikker materiaal kan meer energie nodig zijn voor voldoende inbranding.

Afhankelijk van de verbinding kan ook een lasvoorbereiding nodig zijn.

Voorverwarmen

Bepaalde materialen of dikke constructies kunnen baat hebben bij gecontroleerd:

voorverwarmen.

Dit kan helpen bij het beheersen van:

  • koelsnelheid;
  • waterstofscheuren;
  • interne spanningen.

Dit is materiaal- en toepassingsspecifiek.

Naverwarmen

Bij bepaalde gespecialiseerde toepassingen kan ook een gecontroleerde warmtebehandeling na het lassen nodig zijn.

Dit valt onder technische lasprocedures en moet niet algemeen worden toegepast.

Lasspetterspray

Anti-spatmiddelen kunnen helpen voorkomen dat lasspetters zich sterk aan:

  • werkstuk;
  • mondstuk

hechten.

Gebruik een product dat compatibel is met eventuele:

  • lak;
  • coating;
  • vervolgbehandeling.

Lasnaad reinigen

Na het lassen kan een las worden gereinigd met bijvoorbeeld:

  • staalborstel;
  • slijpschijf;
  • lamellenschijf;
  • beitel.

Dit hangt af van proces en gewenste afwerking.

Lasnaad slijpen

Een las vlak slijpen kan gewenst zijn voor:

  • afwerking;
  • carrosserie;
  • schilderwerk.

Verwijder niet meer materiaal dan nodig, omdat de verbinding hierdoor verzwakt kan worden.

Solderen en reinigen

Na solderen kunnen fluxresten achterblijven.

Afhankelijk van het fluxtype moeten deze mogelijk worden verwijderd.

Corrosieve resten

Actieve fluxresten kunnen op termijn corrosie veroorzaken.

Volg daarom de reinigingsinstructies van de flux- of soldeerfabrikant.

Lassen, solderen of verhitten kiezen

Verbindingstype

Bepaal eerst of je nodig hebt:

  • permanente gesmolten verbinding;
  • soldeerverbinding;
  • alleen lokale verwarming.

Basismateriaal

Bepaal welk materiaal wordt bewerkt:

  • staal;
  • RVS;
  • aluminium;
  • koper;
  • messing;
  • elektronica;
  • kunststof.

Materiaaldikte

Dun materiaal vraagt vaak meer warmtecontrole dan dik materiaal.

Proces

Kies bijvoorbeeld:

  • MIG/MAG;
  • TIG;
  • elektrode;
  • zachtsolderen;
  • hardsolderen;
  • hetelucht;
  • gasbrander.

Toevoegmateriaal

Controleer:

  • lasdraad;
  • elektrode;
  • soldeerlegering;
  • flux.

Temperatuur

Gebruik voldoende warmte voor het proces, maar voorkom onnodige oververhitting.

Vermogen

Controleer bij apparaten:

  • ampère;
  • wattage;
  • inschakelduur;
  • gasverbruik;
  • luchtvolume.

Werkplek

Beoordeel:

  • ventilatie;
  • brandgevaar;
  • omliggende materialen;
  • bereikbaarheid.

Bescherming

Gebruik passende:

  • oogbescherming;
  • handbescherming;
  • kleding;
  • afzuiging.

Lassen, solderen & verhitten bestellen bij ROKAFAST

Bij ROKAFAST vind je producten voor professioneel lassen, solderen en gecontroleerd verhitten binnen montage, reparatie, metaalbewerking en onderhoud.

Het assortiment kan onder andere bestaan uit:

  • lasapparatuur;
  • lasaccessoires;
  • soldeerapparaten;
  • soldeerbouten;
  • soldeerstations;
  • soldeertin;
  • fluxmiddelen;
  • heteluchtpistolen;
  • branders;
  • butaangas;
  • gasnavullingen;
  • mondstukken;
  • hittebestendige accessoires.

Selecteer een product niet uitsluitend op:

  • maximale temperatuur;
  • maximaal vermogen;
  • maximale lasstroom.

Controleer vooral:

  • toepassing;
  • materiaal;
  • materiaaldikte;
  • proces;
  • toevoegmateriaal;
  • temperatuurregeling;
  • vermogen;
  • inschakelduur;
  • energie- of gasbron;
  • benodigde accessoires.

Voor professioneel werk zijn vooral de combinatie van:

materiaal + proces + warmte-inbreng + toevoegmateriaal + voorbereiding + veiligheid

bepalend voor een betrouwbare verbinding of gecontroleerde verhitting.

Gerelateerde producten

Naast Lassen, solderen & verhitten vind je binnen het ROKAFAST-assortiment onder andere Metaalbewerking, Handgereedschappen, Elektrisch gereedschap, Persluchtgereedschap, Schuur- & slijpmiddelen, PBM, Werkplaatsinrichting, Soldeertin, Heteluchtpistolen en Butaangas navulling.

Veelgestelde vragen over lassen, solderen & verhitten

Wat is het verschil tussen lassen en solderen?

Bij veel lasprocessen smelt het basismateriaal lokaal mee. Bij solderen smelt voornamelijk het toevoegmateriaal.

Wat is lassen?

Een proces waarmee materialen door warmte, druk of een combinatie daarvan permanent met elkaar worden verbonden.

Wat is solderen?

Een verbindingsproces waarbij een lager smeltend toevoegmateriaal de onderdelen met elkaar verbindt zonder dat het basismateriaal volledig hoeft te smelten.

Wat is zachtsolderen?

Solderen met relatief laag smeltende toevoegmaterialen.

Wat is hardsolderen?

Solderen met een toevoegmateriaal met een hogere smelttemperatuur dan bij zachtsolderen.

Is hardsolderen hetzelfde als lassen?

Nee.

Wat is MIG-lassen?

Een booglasproces met continu aangevoerde draad en inert beschermgas.

Wat is MAG-lassen?

Een vergelijkbaar proces waarbij actief of gedeeltelijk actief beschermgas wordt gebruikt.

Wat is TIG-lassen?

Een lasproces met een niet-afsmeltende wolfraamelektrode en inert beschermgas.

Wat is elektrode lassen?

Booglassen met een afsmeltende beklede elektrode.

Wat betekent MMA?

Manual Metal Arc, een internationale benaming voor handmatig elektrode lassen.

Wat betekent lasampère?

De elektrische stroom die tijdens het lassen wordt gebruikt.

Is meer ampère altijd beter?

Nee. De juiste stroom hangt af van materiaal, dikte, elektrode en lasproces.

Wat gebeurt er bij te weinig lasstroom?

De boog kan instabiel worden en de inbranding kan onvoldoende zijn.

Wat gebeurt er bij te hoge lasstroom?

Er kan te veel warmte, vervorming, doorbranden en spettervorming ontstaan.

Wat is inschakelduur?

De tijdsverhouding waarin een lasapparaat bij een bepaalde stroom mag werken voordat afkoeling nodig is.

Is maximale lasstroom het belangrijkste bij een lasapparaat?

Nee. Ook inschakelduur, procesmogelijkheden en regeling zijn belangrijk.

Wat is een lasinverter?

Een compact lasapparaat dat vermogenselektronica gebruikt om de lasstroom te regelen.

Waarvoor dient een aardklem bij lassen?

Om het elektrische lascircuit via het werkstuk te sluiten.

Waarom last mijn apparaat onregelmatig?

Mogelijke oorzaken zijn slechte massa, verkeerde instellingen, vervuiling of problemen met draad- of gasaanvoer.

Moet metaal schoon zijn voordat ik las?

Ja, een schoon oppervlak helpt een goede lasverbinding te produceren.

Kan ik over roest lassen?

Dat wordt afgeraden wanneer een kwalitatieve verbinding nodig is.

Kan ik over verf lassen?

Verf kan rook en lasdefecten veroorzaken en moet waar nodig worden verwijderd.

Kan ik verzinkt staal lassen?

Dat is mogelijk bij geschikte procedures, maar zinkdampen vereisen goede beheersing en ventilatie.

Wat is een lasnaad?

Het gedeelte waar twee werkstukken via lassen met elkaar zijn verbonden.

Wat is een hoeklas?

Een lasverbinding waarbij twee onderdelen onder een hoek met elkaar worden verbonden.

Wat is hechtlassen?

Kleine tijdelijke lassen waarmee onderdelen vóór de definitieve las op hun plaats worden gehouden.

Waarom trekt metaal krom tijdens lassen?

Door lokale uitzetting en krimp tijdens verwarmen en afkoelen.

Wat is de warmtebeïnvloede zone?

Het gebied naast de las waar het materiaal sterk is verwarmd en eigenschappen kunnen veranderen.

Wat is beschermgas?

Gas dat het hete smeltbad tegen ongewenste reactie met omgevingslucht beschermt.

Kan ik ieder beschermgas gebruiken?

Nee.

Waarom krijg ik poriën in mijn las?

Mogelijke oorzaken zijn vervuiling, vocht, onvoldoende gasbescherming of verkeerde instellingen.

Kan tocht mijn las beïnvloeden?

Ja, vooral bij lasprocessen die extern beschermgas gebruiken.

Wat is flux-cored draad?

Gevulde lasdraad met een kern van flux of andere vulstoffen.

Werkt iedere flux-cored draad zonder gas?

Nee.

Wat is lasdraad?

Continu toegevoerd toevoegmateriaal voor bijvoorbeeld MIG/MAG-lassen.

Welke lasdraaddiameter heb ik nodig?

Dat hangt af van machine, materiaal en materiaaldikte.

Wat is een contacttip?

Een onderdeel in een MIG/MAG-toorts dat de elektrische stroom aan de lasdraad overdraagt.

Waarom slijt een contacttip?

Door mechanisch contact, stroomoverdracht, warmte en lasspetters.

Wat is een TIG-elektrode?

Een wolfraamelektrode die de elektrische lasboog produceert.

Smelt een TIG-elektrode mee?

Normaal niet als toevoegmateriaal.

Heb ik bij TIG toevoegmateriaal nodig?

Niet altijd, maar bij veel verbindingen wordt een aparte toevoegstaaf gebruikt.

Wat is lasslak?

Een beschermende vaste laag die na bepaalde lasprocessen op de las kan achterblijven.

Moet lasslak worden verwijderd?

Bij veel processen wel.

Waarom heb ik een lashelm nodig?

Om ogen en gezicht tegen intense straling, vonken en lasspetters te beschermen.

Wat is een automatische lashelm?

Een lashelm die automatisch donkerder wordt wanneer de lasboog ontstaat.

Kan lassen mijn ogen beschadigen?

Ja. Lasstraling kan ernstige oogschade veroorzaken.

Is lasrook schadelijk?

Lasrook kan schadelijke deeltjes en dampen bevatten.

Heb ik afzuiging nodig?

Bij rookproducerende processen is geschikte ventilatie en bronafzuiging vaak belangrijk.

Wat is soldeertin?

Een commerciële naam voor soldeerdraad of soldeerlegering.

Bevat soldeertin altijd lood?

Nee.

Wat is loodvrij soldeer?

Soldeerlegering zonder toegevoegd lood, vaak op basis van tin met andere legeringselementen.

Heeft loodvrij soldeer een hogere temperatuur nodig?

Veel loodvrije legeringen hebben een hogere procestemperatuur dan klassieke tin-loodlegeringen.

Wat is flux?

Een middel dat oxiden helpt verwijderen en de bevochtiging tijdens solderen verbetert.

Heb ik altijd extra flux nodig?

Nee. Veel soldeerdraad bevat al een fluxkern.

Kan ik loodgietersflux voor elektronica gebruiken?

Niet automatisch. Sommige actieve fluxen kunnen elektronische componenten aantasten.

Wat is een koude soldering?

Een slecht gevormde soldeerverbinding, bijvoorbeeld door onvoldoende warmte of beweging tijdens stollen.

Hoe herken ik een goede soldeerverbinding?

Een goede verbinding heeft voldoende bevochtiging en mechanisch-elektrisch contact. Uiterlijk alleen is niet altijd voldoende voor volledige kwaliteitsbeoordeling.

Welke soldeerbout heb ik nodig?

Dat hangt af van grootte van de verbinding, warmtecapaciteit en gewenste temperatuurregeling.

Is meer watt bij een soldeerbout beter?

Niet automatisch.

Waarom koelt mijn soldeerpunt af bij een dikke kabel?

Het werkstuk voert warmte sneller weg dan de bout deze kan aanvullen.

Wat is een soldeerstation?

Een regelbare soldeereenheid met handstuk en temperatuurregeling.

Welke soldeertemperatuur heb ik nodig?

Dat hangt af van soldeerlegering, flux en werkstuk.

Waarom verbrandt mijn flux?

De temperatuur kan te hoog zijn of de verbinding wordt te lang verwarmd.

Hoe reinig ik een soldeerpunt?

Met een daarvoor geschikte spons of messingwol, volgens fabrikantvoorschrift.

Wat is desoldeerlitze?

Gevlochten kopermateriaal dat vloeibaar soldeer opneemt.

Wat is een desoldeerpomp?

Een gereedschap dat vloeibaar soldeer door onderdruk opzuigt.

Waarvoor gebruik je een heteluchtpistool?

Voor onder andere krimpkous, verf verwijderen, vormen, drogen en verwarmen.

Hoe heet wordt een heteluchtpistool?

Afhankelijk van het model kan de temperatuur oplopen tot enkele honderden graden Celsius.

Is maximale temperatuur het belangrijkste?

Nee. Ook luchtvolume en regeling zijn belangrijk.

Wat is luchtvolume bij een heteluchtpistool?

De hoeveelheid lucht die het apparaat per tijdseenheid verplaatst.

Waarvoor dient een reduceermondstuk?

Om hete lucht op een kleiner oppervlak te concentreren.

Waarvoor dient een vlakmondstuk?

Om lucht over een bredere zone te verdelen.

Waarvoor dient een reflectormondstuk?

Om hete lucht rond bijvoorbeeld een buis of krimpkous te leiden.

Kan ik krimpkous met een aansteker verwarmen?

Dat kan leiden tot ongelijkmatige verhitting en beschadiging. Een gecontroleerde warmtebron is doorgaans beter.

Wat betekent 2:1 bij krimpkous?

Dat de maximale oorspronkelijke diameter ongeveer tweemaal de uiteindelijke diameter kan zijn.

Wat is krimpkous met lijm?

Krimpkous met een interne lijmlaag die tijdens verwarmen smelt en kan bijdragen aan afdichting.

Kan ik verf verwijderen met een heteluchtpistool?

Ja, bij daarvoor geschikte coatings en oppervlakken.

Kan oude verf gevaarlijk zijn bij verhitting?

Ja, bepaalde oude coatings kunnen schadelijke stoffen vrijgeven.

Kan ik kunststof buigen met een heteluchtpistool?

Bij geschikte thermoplastische kunststoffen wel.

Kan iedere kunststof worden verwarmd?

Nee. Kunststoffen hebben verschillende verwerkingstemperaturen en ontledingsgedrag.

Wat is een gasbrander?

Een gereedschap dat brandbaar gas gebruikt om een open vlam en warmte te produceren.

Waarvoor gebruik je een butaanbrander?

Onder andere voor solderen, verwarmen en krimpen.

Is butaan hetzelfde als propaan?

Nee.

Kan ik iedere gasnavulling in iedere brander gebruiken?

Nee.

Hoe weet ik welke gasnavulling ik nodig heb?

Controleer gas, aansluiting en fabrikantgegevens van de brander.

Hoe controleer ik een gaslek?

Met een daarvoor geschikte lekdetectiemethode, nooit met open vlam.

Waarom ruik ik gas?

Dit kan wijzen op vrijkomend brandbaar gas. Stop gebruik en controleer het systeem veilig.

Kan ik een gasbrander binnen gebruiken?

Alleen wanneer de toepassing en ventilatie dit veilig toelaten.

Produceert een gasbrander koolmonoxide?

Onvolledige verbranding kan koolmonoxide produceren.

Wat is capillair solderen?

Een proces waarbij vloeibaar soldeer door een kleine spleet tussen onderdelen wordt getrokken.

Moet ik het soldeer direct met de vlam verwarmen?

Bij veel capillaire verbindingen wordt vooral het werkstuk verwarmd zodat het soldeer door de hete verbinding smelt.

Waarom vloeit mijn soldeer niet?

Mogelijke oorzaken zijn vervuiling, onvoldoende temperatuur, verkeerde flux of ongeschikte voeg.

Waarom gebruik ik flux bij koper?

Om oxiden te helpen verwijderen en bevochtiging door soldeer te verbeteren.

Kan ik te veel flux gebruiken?

Ja.

Waarom moet ik soldeerflux verwijderen?

Bepaalde residuen kunnen corrosief zijn.

Kan ik een vastzittende bout met warmte losmaken?

Gecontroleerde verwarming kan in sommige situaties helpen.

Kan ik iedere bout verhitten?

Nee. Warmte kan materiaalsterkte, coating en omliggende componenten beschadigen.

Kan ik een lager met een brander verwarmen?

Voor nauwkeurige montage is gecontroleerde lagerverwarming meestal geschikter dan directe open vlam.

Waarom zet metaal uit bij verwarmen?

Door thermische uitzetting neemt de afstand tussen atomen gemiddeld toe.

Krimpt metaal weer wanneer het afkoelt?

Ja, binnen normale omstandigheden krimpt het materiaal weer richting zijn oorspronkelijke afmetingen.

Kan verwarmen materiaal permanent veranderen?

Ja. Te hoge temperatuur kan onder andere hardheid, structuur en vorm veranderen.

Welke PBM heb ik nodig bij lassen?

Afhankelijk van het proces onder andere lashelm, geschikte handschoenen, beschermende kleding en veiligheidsschoenen.

Moet ik een veiligheidsbril dragen bij solderen?

Oogbescherming is verstandig vanwege spatten en hete materialen.

Is synthetische kleding geschikt voor lassen?

Niet altijd. Sommige kunststoffen kunnen bij hitte smelten.

Waarom moet de werkplek worden opgeruimd voor heet werk?

Om brand door vonken, lasspetters of hitte te voorkomen.

Kan een metalen werkstuk na lassen nog heet zijn?

Ja, vaak veel langer dan zichtbaar is.

Hoe kies ik het juiste las-, soldeer- of verhittingsgereedschap?

Bepaal eerst materiaal en toepassing. Kies daarna het proces, benodigde warmte, toevoegmateriaal, vermogen, temperatuurregeling en geschikte beschermingsmiddelen.