Verankerings producten

Verankeringsproducten voor betrouwbare bevestigingen in beton, metselwerk, steen, holle bouwmaterialen en andere constructieve ondergronden. Het assortiment omvat onder andere kunststof pluggen, kozijnankers, keil- en doorsteekankers, beton-/schroefankers en chemische verankeringssystemen met injectiemortel en ankerstangen. Kies de juiste verankering op basis van ondergrond, belasting, ETA, boordiameter, verankeringsdiepte, rand- en hartafstand, materiaal, corrosieomgeving en montagecondities.

Verankeringsproducten voor beton, steen en metselwerk

Verankeringsproducten worden gebruikt om constructies, machines, consoles, profielen, leidingwerk en andere componenten betrouwbaar aan een dragende ondergrond te bevestigen.

Afhankelijk van de toepassing kan worden verankerd in:

  • beton;
  • gescheurd beton;
  • ongescheurd beton;
  • massieve baksteen;
  • kalkzandsteen;
  • holle steen;
  • cellenbeton;
  • natuursteen;
  • andere daarvoor goedgekeurde bouwmaterialen.

De juiste verankering wordt niet alleen bepaald door de diameter van het anker.

Minstens zo belangrijk zijn:

  • type ondergrond;
  • betonsterkte;
  • belasting;
  • ankerprincipe;
  • boordiameter;
  • boorgatdiepte;
  • effectieve verankeringsdiepte;
  • randafstand;
  • hart-op-hartafstand;
  • materiaaldikte;
  • corrosieomgeving;
  • ETA en fabrikantgegevens.

Welke verankeringsproducten bestaan?

Binnen deze hoofdgroep kan onderscheid worden gemaakt tussen:

  • lichte verankering;
  • middelzware verankering;
  • zware verankering;
  • kunststof pluggen;
  • kozijn- en framepluggen;
  • slagpluggen;
  • keilankers;
  • doorsteekankers;
  • spreidankers;
  • hulsankers;
  • inslagankers;
  • beton-/schroefankers;
  • ondersnijdende ankers;
  • chemische ankers;
  • injectiemortels;
  • capsuleankers;
  • ankerstangen;
  • binnendraadankers;
  • zeefhulzen voor hol metselwerk;
  • wapeningaansluitingen met mortel.

Licht, middelzwaar en zwaar zijn geen universele normen

De termen:

lichte verankering

middelzware verankering

en:

zware verankering

worden veel gebruikt om assortimenten praktisch in te delen.

Er bestaat echter geen universele regel zoals:

“licht = tot 50 kg”

of:

“zwaar = vanaf 500 kg”.

De daadwerkelijke capaciteit wordt bepaald door het complete bevestigingssysteem en de ondergrond.

Gebruik daarom geen algemene kilogramindeling voor deze categorieën.

Lichte verankering

Onder lichte verankering vallen vaak producten voor:

  • plinten;
  • kabelgoten;
  • lichte leidingen;
  • interieuronderdelen;
  • elektrische installaties;
  • lichte consoles;
  • lichte frameconstructies.

Veelgebruikte producten zijn bijvoorbeeld:

  • universele kunststof pluggen;
  • spreidpluggen;
  • slagpluggen;
  • lichte kozijnpluggen.

Kunststof plug

Een kunststof plug wordt in een vooraf geboord gat geplaatst.

Wanneer een passende schroef wordt ingedraaid zet de plug:

  • uit;
  • vervormt;
  • grijpt in de ondergrond.

Het precieze werkingsmechanisme is afhankelijk van het plugontwerp.

Niet iedere plug werkt hetzelfde

Een moderne universele plug kan afhankelijk van de ondergrond bijvoorbeeld:

  • spreiden;
  • knopen;
  • vervormen.

Dat betekent niet dat iedere plug geschikt is voor iedere steen.

Gebruik altijd de ondergronden waarvoor de concrete plug is opgegeven.

EAD 330284-00-0604

Voor bepaalde kunststof ankers in:

  • beton;
  • metselwerk

voor redundante niet-constructieve systemen is:

EAD 330284-00-0604

een relevante Europese beoordelingsbasis.

Producten kunnen op basis hiervan een eigen ETA hebben.

Redundant niet-constructief systeem

Redundant betekent dat de bevestigingsfunctie over meerdere bevestigingspunten is verdeeld.

Wanneer één bevestiger uitvalt wordt het systeem niet direct volledig gedragen door één enkel resterend kritisch punt.

Dit is iets anders dan een enkel constructief anker waarop een veiligheidskritische staalconstructie volledig vertrouwt.

Geen constructieve capaciteit aannemen

Een kunststof plug die prima geschikt is voor een:

  • kabelgoot;
  • regelwerk;
  • lichte leiding

is niet daardoor automatisch geschikt voor een zwaar belaste constructieve console.

Gebruik de toepasselijke productgoedkeuring.

Frame- en kozijnankers

Frameankers worden gebruikt om bijvoorbeeld:

  • kozijnen;
  • regels;
  • profielen;
  • houten balken;
  • metalen frames

door het te bevestigen onderdeel heen in de ondergrond vast te zetten.

Doorsteekmontage

Bij veel frameankers wordt eerst door:

  • het montageonderdeel;
  • vervolgens de ondergrond

geboord.

Daarna wordt het anker door het montageonderdeel heen geplaatst.

Dit wordt vaak:

doorsteekmontage

genoemd.

Klemdikte

Bij frameankers is de:

maximale bevestigingsdikte / klemdikte

een belangrijk kenmerk.

Een langer anker betekent namelijk niet alleen meer verankeringsdiepte.

Een deel van de lengte is nodig om het te bevestigen onderdeel te overbruggen.

Middelzware verankering

De commerciële groep middelzware verankering omvat vaak producten voor bijvoorbeeld:

  • consoles;
  • leidingbeugels;
  • metalen profielen;
  • leuningen;
  • machines met beperkte belasting;
  • installatietechnische constructies.

Dit kan bijvoorbeeld worden uitgevoerd met:

  • hulsankers;
  • metalen spreidankers;
  • bepaalde beton-/schroefankers;
  • zwaardere frameankers.

Ook hier moet de daadwerkelijke draagkracht uit de concrete productgegevens komen.

Zware verankering

Onder zware verankering vallen vaak constructieve metalen ankers voor hoge trek- en afschuifbelastingen.

Voorbeelden zijn:

  • keilankers;
  • doorsteekankers;
  • zware spreidankers;
  • betonankerschroeven;
  • ondersnijdende ankers;
  • chemische ankers.

Geen producttype alleen op gewicht selecteren

Een mechanisch keilanker kan in één situatie uitstekend geschikt zijn en in een andere situatie ongeschikt.

Belangrijk zijn onder andere:

  • gescheurd of ongescheurd beton;
  • randafstand;
  • betonkwaliteit;
  • ankerafstand;
  • trekkracht;
  • afschuiving;
  • seismische eisen.

Mechanische betonankers

Bij een mechanisch anker wordt belasting via een mechanisch principe overgedragen op het beton.

Voorbeelden zijn:

  • spreiding;
  • ondersnijding;
  • schroefdraadinteractie met beton.

EAD 330232-02-0601

De belangrijke actuele Europese beoordelingsbasis voor:

mechanische bevestigingsmiddelen voor gebruik in beton

is:

EAD 330232-02-0601.

Deze nieuwe versie heeft de eerdere EAD 330232-01-0601 opgevolgd.

ETA

Een concreet anker kan vervolgens een:

ETA – European Technical Assessment

hebben op basis van deze EAD.

De ETA bevat productspecifieke eigenschappen en toepassingsvoorwaarden.

EAD is geen productcertificaat

Dit onderscheid is belangrijk.

EAD

Beschrijft de beoordelingsmethode voor een productfamilie.

ETA

Is de Europese technische beoordeling van een specifiek product of productsysteem.

Een product is dus niet simpelweg:

“EAD-gecertificeerd”.

Controleer het daadwerkelijke:

ETA-nummer.

Keilanker / wedge anchor

Een keilanker is een veelgebruikte zware mechanische verankering.

Het anker wordt in een passend boorgat geplaatst.

Door het anker volgens voorschrift aan te draaien wordt het expansiemechanisme geactiveerd.

Expansie

De spreidzone oefent radiale druk uit tegen de wand van het boorgat.

Hierdoor ontstaat de mechanische verankering.

Keilanker en betonrand

Door deze expansiekrachten kan de afstand tot:

  • betonrand;
  • naastgelegen anker

zeer belangrijk zijn.

Plaats een spreidanker daarom niet willekeurig dicht langs de betonrand.

FAZ II Plus voorbeeld

Een actuele professionele keilankerfamilie zoals fischer FAZ II Plus heeft een ETA voor verschillende toepassingen in:

  • gescheurd beton;
  • ongescheurd beton.

Afhankelijk van maat en uitvoering bestaan bovendien beoordelingen voor:

  • seismische C1;
  • seismische C2;
  • dynamische belastingen.

Dit zijn productspecifieke prestaties.

Niet ieder keilanker heeft deze eigenschappen.

Betonankerschroeven

Een:

betonschroef / concrete screw anchor

vormt tijdens montage een mechanisch draadprofiel in het betonnen boorgat.

Hierdoor is geen klassieke expansiehuls nodig zoals bij een keilanker.

Montage

Een typische procedure bestaat uit:

  1. boorgat maken;
  2. gat volgens voorschrift reinigen;
  3. betonschroef plaatsen;
  4. indraaien tot de voorgeschreven positie.

Betonankerschroef is geen gewone houtschroef

Het draadprofiel, materiaal en hardheid zijn specifiek ontworpen voor beton.

Gebruik hiervoor alleen daarvoor ontwikkelde ankers.

Actuele ETA's

Ook betonankerschroeven worden in 2026 nog steeds op basis van:

EAD 330232-02-0601

beoordeeld.

Er zijn bijvoorbeeld in 2026 nieuwe ETA's uitgegeven voor verschillende RVS betonschroefankers.

Ondersnijdende ankers

Bij een:

undercut anchor / ondersnijdend anker

wordt een mechanische vormsluiting gecreëerd in een verbreed gedeelte van het beton.

Hierdoor verschilt het werkingsprincipe van een normaal expansieanker.

Dit is vooral een specialistisch constructief bevestigingssysteem.

Inslagankers

Een inslaganker wordt in een vooraf gemaakt boorgat geplaatst waarna een interne spreidzone met een daarvoor bedoeld:

zetgereedschap

wordt geactiveerd.

Na plaatsing ontstaat doorgaans een permanent binnendraadpunt.

Inslaganker niet met willekeurige pen zetten

Gebruik het bijbehorende montagegereedschap.

De juiste zetdiepte is bepalend voor de volledige expansie.

Gescheurd beton

Voor constructieve verankering is het onderscheid tussen:

gescheurd beton

en:

ongescheurd beton

fundamenteel.

Waarom scheuren?

Beton kan door bijvoorbeeld:

  • trekspanningen;
  • buiging;
  • belasting;
  • krimp

scheuren ontwikkelen.

Een anker dat door zo'n zone loopt moet blijven functioneren wanneer de scheur opent of verandert.

Niet ieder betonanker geschikt voor gescheurd beton

Controleer daarom de ETA.

Als alleen prestaties voor:

ongescheurd beton

zijn vastgelegd, mag niet automatisch worden aangenomen dat dezelfde waarden gelden in gescheurd beton.

Betonsterkteklasse

De prestaties kunnen afhangen van de betonkwaliteit.

Veel ETA's bevatten gegevens voor specifieke betonsterkteklassen.

Gebruik niet automatisch één belasting voor:

  • C20/25;
  • C30/37;
  • C50/60.

Gebruik de waarden uit het concrete ETA-/ontwerpdocument.

Verankeringsdiepte

Een van de belangrijkste waarden is:

effectieve verankeringsdiepte hef.

Dit is niet noodzakelijk gelijk aan:

  • totale ankerlengte;
  • boorgatdiepte.

Effectieve verankeringsdiepte

Dit is het gedeelte waarmee de verankering mechanisch effectief de belasting aan het basismateriaal overdraagt.

Sommige ankers hebben meerdere toegestane verankeringsdieptes.

Grotere diepte

Een grotere verankeringsdiepte kan bepaalde betonfaalvormen gunstiger beïnvloeden.

Maar dit betekent niet automatisch dat de totale draagkracht onbeperkt blijft stijgen.

Andere faalvormen kunnen bepalend worden.

Boorgatdiepte

De:

boorgatdiepte h0

moet voldoende zijn voor:

  • anker;
  • boorstof;
  • installatie;
  • benodigde verankeringsdiepte.

Gebruik de productspecifieke installatietabel.

Boordiameter

Een M12-anker betekent niet automatisch:

12 mm boor.

De benodigde boordiameter wordt bepaald door het specifieke ankerontwerp.

Maak daarom in EOPS een apart veld:

boordiameter.

Boormethode

Afhankelijk van het ankersysteem kunnen bijvoorbeeld zijn toegestaan:

  • hamerboren;
  • holle boor met stofafzuiging;
  • diamantboren.

Niet iedere methode is automatisch toegestaan voor iedere ETA.

Diamantboren

Een diamantgeboord gat heeft een ander:

  • oppervlak;
  • ruwheid;
  • stof-/slurrygedrag

dan een standaard hamergeboord gat.

Gebruik diamantboren alleen wanneer dit in de ETA of fabrikantprocedure is toegestaan.

Holle boor

Een hollow drill bit kan tijdens het boren het stof direct afzuigen.

Bij bepaalde moderne mechanische en chemische ankers is deze methode expliciet in de ETA opgenomen.

Boorgatreiniging

Boorgatreiniging is vooral bij chemische verankering cruciaal.

Boorstof tussen:

  • mortel;
  • betonwand

kan de hechting sterk beïnvloeden.

Niet universeel uitblazen

De correcte procedure kan bijvoorbeeld bestaan uit:

  • uitblazen;
  • borstelen;
  • opnieuw uitblazen.

Andere moderne systemen zijn onder bepaalde voorwaarden ontworpen voor een afwijkende of gereduceerde reinigingsprocedure.

Volg daarom exact de concrete ETA.

Randafstand

De afstand tussen het anker en de vrije betonrand wordt aangeduid als:

randafstand.

Een te kleine afstand kan het risico vergroten op:

  • betonrandbreuk;
  • splijten;
  • lokale beschadiging.

Hart-op-hartafstand

Ook de afstand tussen twee ankers is belangrijk.

Wanneer ankers dicht bij elkaar zitten kunnen hun spanningszones in het beton elkaar beïnvloeden.

Daardoor kan de gecombineerde capaciteit lager zijn dan simpelweg:

capaciteit één anker × aantal ankers.

Geen lineaire optelling

Vier ankers met elk een bepaalde individuele trekweerstand betekenen dus niet automatisch dat de groep exact viermaal zoveel kan dragen.

De groep moet als groep worden ontworpen.

Trekkracht

Bij:

trekbelasting

wordt het anker uit het beton getrokken.

Mogelijke faalvormen kunnen afhankelijk van systeem bijvoorbeeld zijn:

  • staalbreuk;
  • betonconus;
  • uittrekken;
  • hechtingsbreuk;
  • splijten.

Afschuifbelasting

Bij:

afschuiving

werkt de belasting grotendeels loodrecht op de ankeras.

Mogelijke faalvormen zijn bijvoorbeeld:

  • staalbreuk;
  • betonrandbreuk;
  • pry-out.

Gecombineerde belasting

In werkelijkheid worden ankers vaak tegelijkertijd belast door:

  • trek;
  • afschuiving;
  • momenten.

Deze mogen niet als twee volledig onafhankelijke maximumwaarden worden behandeld.

Gebruik de toepasselijke berekeningsmethode.

NEN-EN 1992-4

Voor constructieve berekening van bevestigingen in beton is:

NEN-EN 1992-4:2018

momenteel de definitieve actuele Nederlandse Eurocode.

Deze behandelt ontwerp van bevestigingen waarmee belastingen naar beton worden overgedragen.

NEN-EN 1992-4:2026 ontwerp

Er bestaat inmiddels:

NEN-EN 1992-4:2026 Ontw.

Deze is in ontwikkeling.

De ontwerpnorm heeft de definitieve editie uit 2018 momenteel nog niet vervangen.

Gebruik dus voor actuele definitieve normverwijzing:

NEN-EN 1992-4:2018

met de relevante Nederlandse nationale bijlage.

Nationale bijlage

Voor Nederland is:

NEN-EN 1992-4:2018/NB:2019

actueel.

Deze bevat de Nederlandse keuzes voor nationaal bepaalde parameters.

Chemische verankering

Chemische verankering gebruikt een:

hars-/mortelsysteem

om een metalen ankercomponent aan de ondergrond te verbinden.

De complete verbinding bestaat doorgaans uit:

  • injectiemortel of capsule;
  • ankerstang/binnendraadhuls;
  • boorgat;
  • beton of metselwerk;
  • correcte montageprocedure.

Geen expansiedruk zoals klassiek keilanker

Een chemisch anker draagt zijn belasting hoofdzakelijk via de hechting tussen:

  • ankercomponent;
  • uitgeharde mortel;
  • ondergrond.

Hierdoor ontstaat een ander belastingsmechanisme dan bij een klassiek expansieanker.

EAD 330499-02-0601

Voor:

bonded fasteners and bonded expansion fasteners for use in concrete

is:

EAD 330499-02-0601

de actuele belangrijke beoordelingsbasis.

Op basis hiervan worden nog steeds in 2026 nieuwe en herziene ETA's uitgegeven.

Recente uitbreiding v01

Er bestaat daarnaast:

EAD 330499-02-0601-v01.

Deze variant bevat aanvullende beoordelingsmogelijkheden, onder andere voor:

  • alternatieve boormethoden;
  • seismische toepassingen;
  • brand in staalvezelbeton;
  • specifieke levensduur-/langetermijnbeoordelingen.

Dit moet niet automatisch op elk chemisch anker worden toegepast.

Controleer de EAD-versie van de concrete ETA.

Injectiemortel

Een injectiesysteem gebruikt meestal een patroon met:

  • harscomponent;
  • hardercomponent.

Deze worden tijdens het uitpersen in een mengtuit gemengd.

Eerste mortel niet altijd gebruiken

Bij veel systemen moet het eerste deel van de uitstromende mortel worden weggegooid totdat:

een homogeen gemengde kleur

is bereikt.

Volg de concrete fabrikantprocedure.

Mengspiraal

De statische mengtuit zorgt voor de juiste vermenging van beide componenten.

Een gebruikte mengtuit waarin mortel volledig is uitgehard kan niet zomaar opnieuw worden doorgeperst.

Vervang deze volgens fabrikantvoorschrift.

Ankerstang

Bij chemische verankering kan een:

ankerstang

worden gebruikt.

Deze kan speciale:

  • afschuining;
  • markering;
  • materiaal;
  • draad;
  • coating

hebben.

DIN 976 is niet automatisch ETA-ankerstang

Een normale DIN 976-draadstang is niet automatisch goedgekeurd als onderdeel van een chemisch ankersysteem.

Gebruik voor constructieve ETA-toepassingen alleen:

  • ankerstang;
  • draadeind

zoals binnen de concrete ETA toegestaan.

Materiaal ankerstang

Afhankelijk van toepassing bestaan bijvoorbeeld:

  • verzinkt staal;
  • RVS;
  • hoogcorrosiebestendige uitvoeringen.

De juiste uitvoering wordt bepaald door:

  • binnen/buiten;
  • vocht;
  • chloride;
  • chemische omgeving.

Chemische capsules

Naast injectiepatronen bestaan:

capsuleankers.

Hierbij bevindt de benodigde hoeveelheid chemische component in een vooraf gedoseerde capsule in het boorgat.

De bijbehorende ankerstang wordt vervolgens volgens de systeemprocedure gemonteerd.

Ook capsuleankers kunnen onder EAD 330499-02-0601 vallen wanneer de concrete ETA daarop is gebaseerd.

Chemische verankering in metselwerk

Beton en metselwerk moeten technisch worden onderscheiden.

Voor metalen injectieankers in metselwerk bestaat:

EAD 330076-01-0604.

Dit is dus een andere beoordelingsbasis dan EAD 330499 voor beton.

Massieve steen

In massieve steen kan injectiemortel direct tegen de wand van het boorgat hechten wanneer het systeem daarvoor is goedgekeurd.

Holle steen

Bij hol metselwerk wordt vaak een:

zeefhuls / perforated sleeve

gebruikt.

De mortel wordt door de openingen van de huls in de holtes gedrukt en vormt na uitharding een mechanisch/hechtend geheel.

Geen zeefhulsmaat gokken

De juiste:

  • zeefhulsdiameter;
  • lengte;
  • mortelvolume;
  • ankerstang

horen bij het concrete systeem.

Cellenbeton

Cellenbeton heeft veel lagere dichtheid en andere mechanische eigenschappen dan normaal beton.

Gebruik daarom alleen ankers die specifiek voor:

cellenbeton

zijn goedgekeurd.

Een zwaar betonanker is niet automatisch sterker in cellenbeton.

Metselwerk is zeer variabel

Baksteen, kalkzandsteen en holle blokken kunnen onderling sterk verschillen in:

  • druksterkte;
  • geometrie;
  • holpercentage;
  • wanddikte.

Gebruik daarom het exacte ondergrondtype uit de ETA.

Chemisch anker uitharding

Na injectie heeft het harsmengsel tijd nodig om uit te harden.

Deze:

uithardingstijd

hangt sterk af van de temperatuur.

Lage temperatuur

Bij lage temperatuur verloopt de chemische reactie meestal langzamer.

Hierdoor kan de vereiste uithardingstijd aanzienlijk toenemen.

Hoge temperatuur

Bij hogere temperatuur kan de verwerkingstijd juist veel korter worden.

De monteur moet de ankerstang dan sneller op de juiste positie brengen.

Verwerkingstijd versus uithardingstijd

Dit zijn twee verschillende waarden.

Verwerkingstijd

Hoe lang de gemengde mortel nog correct kan worden verwerkt.

Uithardingstijd

Hoe lang moet worden gewacht voordat de verbinding volgens specificatie mag worden belast.

Maak beide apart beschikbaar wanneer fabrikantdata dat toelaat.

Watergevuld boorgat

Sommige moderne chemische ankers hebben een ETA voor montage in:

  • vochtig;
  • zelfs watergevuld

boorgat.

Dit is niet universeel.

Een product zoals fischer FIS V Plus heeft bijvoorbeeld specifieke goedkeuringen voor watergevulde boorgaten in beton.

Gebruik deze eigenschap alleen voor de concrete systeemvariant.

Wapening achteraf aansluiten

Chemische mortels worden ook gebruikt voor:

post-installed rebar connections.

Dit is een specialistische toepassing waarbij wapeningsstaal achteraf in bestaand beton wordt verankerd.

EAD 330087-01-0601

Voor systemen voor achteraf aangebrachte wapening met mortel is:

EAD 330087-01-0601

de relevante Europese beoordelingsbasis.

Dit moet niet worden verward met een gewone ankerstang voor een stalen console.

Seismische belasting

Voor ankers in aardbevingsgebieden kunnen specifieke:

seismische prestatiecategorieën

relevant zijn.

Bij ankers wordt onder andere gewerkt met:

  • C1;
  • C2.

C1 en C2 niet zelf toekennen

Een anker krijgt geen C1/C2-classificatie omdat het:

  • groot;
  • RVS;
  • zwaar

is.

De seismische geschiktheid moet expliciet uit de ETA blijken.

Dynamische en vermoeiingsbelasting

Machines kunnen ankers cyclisch belasten.

Een standaard statische ETA-waarde is niet automatisch geschikt voor:

  • voortdurende vibratie;
  • miljoenen belastingswisselingen;
  • dynamische machinebelastingen.

Gebruik een anker waarvan deze prestatie specifiek is beoordeeld wanneer dat vereist is.

Brandwerendheid

Voor sommige ankers bevat de ETA prestaties onder:

brandblootstelling.

Dit moet opnieuw productspecifiek worden beoordeeld.

Een RVS anker is niet vanwege het materiaal alleen automatisch een brandgecertificeerd bevestigingssysteem.

Doorsteekmontage

Bij:

doorsteekmontage

wordt het anker door het te bevestigen onderdeel heen geplaatst.

Dit is praktisch voor:

  • voetplaten;
  • consoles;
  • profielen.

Voorsteekmontage

Bij:

voorsteekmontage

wordt het anker eerst in de ondergrond geplaatst.

Daarna wordt het montageonderdeel aangebracht.

Afstandsmontage

Sommige systemen ondersteunen:

afstandsmontage / stand-off installation.

Daarbij ligt het bevestigde onderdeel op afstand van het betonoppervlak.

Dit creëert extra buigbelasting in het anker en moet dus als daarvoor ontworpen systeem worden berekend.

Bevestigingsdikte

De:

fixture thickness / klemdikte

bepaalt hoeveel van de totale ankerlengte beschikbaar blijft voor verankering.

Voor EOPS zou ik dit apart opslaan als:

maximale bevestigingsdikte tfix.

Aandraaimoment

Bij veel mechanische ankers is het voorgeschreven:

installatiemoment

essentieel.

Dit activeert bijvoorbeeld het expansiemechanisme en creëert de vereiste voorspanning.

Niet harder is beter

Te hoog montagekoppel kan onder andere:

  • anker overbelasten;
  • draad beschadigen;
  • beton lokaal beschadigen.

Te laag moment kan betekenen dat het anker niet volledig is gezet.

Gebruik dus de ETA-/fabrikantwaarde.

Slagmoersleutel

Sommige moderne ankers mogen volgens hun productspecificatie met bepaalde gecontroleerde slagmoersleutels worden gemonteerd.

Dat betekent niet dat ieder anker onbeperkt met een slagmoersleutel mag worden aangedraaid.

Volg de systeemprocedure.

Corrosie

Het materiaal van een anker moet passen bij de omgeving.

Veel voorkomende uitvoeringen zijn:

  • elektrolytisch verzinkt staal;
  • thermisch verzinkt staal;
  • RVS;
  • hoogcorrosiebestendig RVS.

Elektrolytisch verzinkt

Voor veel droge binnenomgevingen kunnen elektrolytisch verzinkte uitvoeringen worden gebruikt wanneer de productdocumentatie dat toestaat.

RVS

Voor buiten en vochtige omstandigheden wordt vaak RVS gekozen.

De exacte RVS-groep moet passen bij de omgeving.

RVS is materiaal

RVS is geen oppervlaktebehandeling.

Sla daarom op:

Materiaal = RVS.

Kwaliteit = bijvoorbeeld A4 of productspecifieke kwaliteit.

Geen universele WLL of kg-capaciteit

Dit is voor verankeringsproducten extra belangrijk.

Schrijf nooit:

M12 keilanker draagt 1.000 kg

als algemene categorieclaim.

De capaciteit hangt onder andere af van:

  • product;
  • ETA;
  • verankeringsdiepte;
  • beton;
  • randafstand;
  • h.o.h.-afstand;
  • belasting;
  • ankergroep.

Karakteristiek versus ontwerpwaarde

Een fabrikant kan bijvoorbeeld publiceren:

  • karakteristieke weerstand;
  • ontwerpweerstand;
  • aanbevolen belasting.

Deze zijn niet hetzelfde.

Gebruik de juiste waarde in de juiste ontwerpcontext.

ETA-nummer als filter

Voor professionele klanten is het:

ETA-nummer

een zeer nuttig artikelkenmerk.

Hiermee kan precies worden gecontroleerd:

  • beoordeling;
  • toepassing;
  • prestaties.

Optie / assessmentgegevens

Oudere ankerdocumentatie gebruikt soms termen zoals:

ETA Option 1

voor gescheurd en ongescheurd beton.

Moderne EAD/ETA-documenten zijn breder opgezet.

Gebruik daarom liever concrete velden zoals:

  • geschikt gescheurd beton;
  • geschikt ongescheurd beton;
  • C1;
  • C2;
  • brand;
  • dynamisch;

dan alleen een oud “option”-nummer.

ETA geldt voor compleet product

Een ETA hoort bij:

  • specifieke handelsnaam;
  • bepaalde maten;
  • materialen;
  • installatievoorwaarden.

Een vergelijkbaar ogend anker van een andere fabrikant mag de ETA niet overnemen.

Verankeringsproducten kiezen

Ondergrond

Bepaal eerst:

  • beton;
  • gescheurd beton;
  • massief metselwerk;
  • hol metselwerk;
  • cellenbeton.

Belasting

Bepaal:

  • trek;
  • afschuiving;
  • gecombineerd;
  • statisch;
  • dynamisch/seismisch.

Producttype

Kies bijvoorbeeld:

  • plug;
  • frameanker;
  • keilanker;
  • betonschroef;
  • chemisch anker.

ETA

Controleer of de ETA de gewenste toepassing dekt.

Boordiameter

Gebruik exact de productspecificatie.

Verankeringsdiepte

Stem af op ondergrond en ontwerp.

Bevestigingsdikte

Controleer de dikte van het te bevestigen onderdeel.

Randafstand

Controleer minimale en ontwerpafstand.

Hartafstand

Controleer interactie tussen meerdere ankers.

Materiaal

Kies passend bij de corrosieomgeving.

Montage

Volg boor-, reinigings-, zet- en aandraaiprocedure.

Verankeringsproducten bestellen bij ROKAFAST

Bij ROKAFAST vind je verankeringsproducten voor betrouwbare bevestigingen in beton, steen, metselwerk en andere bouwmaterialen.

Het assortiment omvat onder andere:

  • lichte verankering;
  • middelzware verankering;
  • zware verankering;
  • kunststof pluggen;
  • frame- en kozijnankers;
  • metalen spreidankers;
  • keil- en doorsteekankers;
  • betonankerschroeven;
  • chemische injectiemortels;
  • ankerstangen;
  • binnendraadankers;
  • zeefhulzen.

Selecteer een verankeringsproduct niet uitsluitend op diameter of lengte.

Controleer altijd ondergrond, ETA, boordiameter, verankeringsdiepte, bevestigingsdikte, materiaal, corrosieomgeving en montagecondities.

Voor constructieve betonverankeringen moeten daarnaast rand- en hartafstanden, trek-/afschuifbelasting en eventuele seismische, dynamische of brandvereisten worden beoordeeld.

Gebruik voor veiligheidskritische toepassingen de actuele ETA en de toepasselijke constructieve berekeningsnorm in plaats van algemene belastingswaarden.

Gerelateerde producten

Naast Verankeringsproducten vind je binnen het ROKAFAST-assortiment Draadstangen & Tapeinden, Ringen, Moeren, Boren, Chemische producten, Schroeven, Haak & oogproducten en andere technische bevestigingsmaterialen.

Gebruik bij chemische verankering alleen ankerstangen en accessoires die binnen het betreffende goedgekeurde systeem zijn toegestaan.

Veelgestelde vragen over verankeringsproducten

Wat is een verankeringsproduct?

Een bevestigingssysteem waarmee een onderdeel aan bijvoorbeeld beton, steen of metselwerk wordt bevestigd.

Welke soorten verankering bestaan?

Onder andere kunststof pluggen, spreidankers, keilankers, betonankerschroeven en chemische ankers.

Wat is lichte verankering?

Een commerciële categorie voor doorgaans relatief licht belaste bevestigingen. Er bestaat geen universele maximale kilogramgrens.

Wat is middelzware verankering?

Een praktische commerciële indeling tussen lichte pluggen en zwaar constructieve systemen. De werkelijke capaciteit blijft productspecifiek.

Wat is zware verankering?

Vaak metalen of chemische systemen voor hogere constructieve belastingen, maar ook hier bestaat geen universele definitie op basis van gewicht.

Welke EAD geldt voor mechanische betonankers?

EAD 330232-02-0601.

Is EAD 330232-01-0601 nog de nieuwste versie?

Nee. EAD 330232-02-0601 heeft deze oudere technische specificatie opgevolgd.

Wat is een EAD?

Een European Assessment Document beschrijft hoe een bepaalde productfamilie technisch moet worden beoordeeld.

Wat is een ETA?

Een European Technical Assessment bevat de beoordeling van een specifiek product of productsysteem.

Is een EAD hetzelfde als een ETA?

Nee.

Welke EAD geldt voor chemische ankers in beton?

EAD 330499-02-0601.

Is EAD 330499-02-0601 nog actueel?

Ja. In 2026 worden nog steeds nieuwe ETA's op basis van deze EAD uitgegeven.

Wat is EAD 330499-02-0601-v01?

Een variant met aanvullende beoordelingsmogelijkheden, onder andere voor bepaalde boormethoden, seismische toepassingen en staalvezelbeton.

Welke EAD geldt voor chemische ankers in metselwerk?

EAD 330076-01-0604 voor metalen injectieankers voor gebruik in metselwerk.

Welke EAD geldt voor kunststof pluggen?

Voor redundante niet-constructieve systemen in beton en metselwerk is EAD 330284-00-0604 relevant.

Welke EAD geldt voor achteraf aangebrachte wapening met mortel?

EAD 330087-01-0601.

Welke norm wordt gebruikt voor constructieve berekening van ankers in beton?

NEN-EN 1992-4:2018.

Is NEN-EN 1992-4:2018 nog actueel?

Ja. Dit is momenteel de definitieve actuele norm.

Is er al een NEN-EN 1992-4:2026?

Er bestaat een ontwerpversie uit 2026, maar deze is nog in ontwikkeling.

Heeft het ontwerp uit 2026 de versie van 2018 al vervangen?

Nee.

Welke Nederlandse nationale bijlage hoort bij EN 1992-4?

NEN-EN 1992-4:2018/NB:2019.

Wat is een keilanker?

Een mechanisch expansieanker dat via een spreidmechanisme tegen het beton wordt verankerd.

Wat is een doorsteekanker?

Een anker dat door het te bevestigen onderdeel heen in de ondergrond kan worden gemonteerd.

Wat is een betonschroef?

Een speciaal gehard anker dat tijdens indraaien een mechanisch draadprofiel in het betonnen boorgat creëert.

Is een betonschroef hetzelfde als een normale schroef?

Nee.

Wat is een ondersnijdend anker?

Een mechanisch anker dat vormsluitend in een speciaal gevormde zone in het beton aangrijpt.

Wat is een chemisch anker?

Een systeem waarbij een metalen ankercomponent met uitgeharde mortel/hars in het boorgat wordt verankerd.

Is chemische verankering altijd sterker dan mechanische verankering?

Nee. Beide systemen hebben specifieke toepassingsgebieden en ontwerpwaarden.

Heeft een chemisch anker expansiedruk?

Het primaire werkingsprincipe is hechting, waardoor het anders werkt dan een klassiek spreidanker.

Wat is injectiemortel?

Een twee- of meerdelig hars-/mortelsysteem dat via een mengtuit in het boorgat wordt geïnjecteerd.

Wat is een capsuleanker?

Een chemisch systeem waarbij de benodigde chemische componenten vooraf in een capsule zijn gedoseerd.

Kan ik normale DIN 976-draadstang gebruiken met injectiemortel?

Niet automatisch bij een constructieve ETA-toepassing. Controleer welke ankerstangen in de ETA zijn toegestaan.

Wat is een zeefhuls?

Een geperforeerde huls waarmee injectiemortel gecontroleerd in bijvoorbeeld hol metselwerk wordt verdeeld.

Heb ik een zeefhuls nodig in massief beton?

Niet bij een normaal chemisch betonsysteem tenzij de specifieke systeemprocedure dat voorschrijft.

Wat betekent klemdikte?

De dikte van het te bevestigen onderdeel die het anker moet overbruggen.

Wat is verankeringsdiepte?

De diepte waarmee het anker effectief in de ondergrond is verankerd.

Is ankerlengte hetzelfde als verankeringsdiepte?

Nee.

Wat betekent hef?

De effectieve verankeringsdiepte.

Wat betekent h0?

Wordt in ankerdocumentatie vaak gebruikt voor de boorgatdiepte.

Wat betekent tfix?

Meestal de dikte van het te bevestigen onderdeel.

Welke boordiameter heb ik nodig voor een M12-anker?

Dat kan niet alleen uit M12 worden bepaald. Gebruik de productspecifieke ETA-/installatietabel.

Waarom is de boordiameter zo belangrijk?

Een verkeerd gat kan het expansie-, schroef- of hechtingsmechanisme negatief beïnvloeden.

Moet een boorgat worden schoongemaakt?

Bij veel systemen wel, vooral bij chemische verankering. Volg exact de concrete montageprocedure.

Hoe maak je een chemisch ankergat schoon?

Dat kan bijvoorbeeld een combinatie van uitblazen en borstelen zijn, maar de exacte procedure is productspecifiek.

Kan ik de reinigingsprocedure overslaan?

Alleen wanneer de concrete ETA/montage-instructie dit expliciet toestaat.

Kan een holle boor het gat tijdens het boren reinigen?

Bij bepaalde systemen wel; dit moet expliciet in de ETA zijn opgenomen.

Kan ik diamantboren gebruiken?

Alleen wanneer de betreffende productgoedkeuring deze boormethode toestaat.

Wat is gescheurd beton?

Beton waarin onder belasting trek-/buigscheuren kunnen voorkomen.

Is ieder anker geschikt voor gescheurd beton?

Nee.

Hoe weet ik of een anker daarvoor geschikt is?

Controleer de ETA.

Is een anker in ongescheurd beton sterker?

De productspecifieke weerstanden kunnen verschillen. Gebruik altijd de ETA-tabellen.

Wat is randafstand?

De afstand tussen het anker en de vrije rand van het betonelement.

Waarom is randafstand belangrijk?

Te dicht bij de rand kan betonrandbreuk of splijten optreden.

Wat is h.o.h.-afstand?

De hart-op-hartafstand tussen meerdere ankers.

Mag ik ankers heel dicht naast elkaar zetten?

Niet zonder rekening te houden met de minimale en berekende ankerafstand.

Kan ik de capaciteit van vier ankers gewoon met vier vermenigvuldigen?

Nee. De betonspanningszones en ankerinteractie kunnen elkaar beïnvloeden.

Wat is trekbelasting?

Belasting die probeert het anker uit de ondergrond te trekken.

Wat is afschuifbelasting?

Belasting die grotendeels dwars op de ankeras werkt.

Kan een anker tegelijkertijd trek en afschuiving krijgen?

Ja. Dit komt vaak voor en moet gecombineerd worden beoordeeld.

Welke betonsterkteklasse heb ik nodig?

Dat hangt af van de ETA en constructieberekening.

Is een ETA-belasting hetzelfde voor iedere betonklasse?

Nee.

Wat betekent C1 bij ankers?

Een seismische prestatiecategorie voor bepaalde beoordeelde ankers.

Wat betekent C2?

Een andere, zwaardere seismische assessmentcategorie binnen de daarvoor geldende beoordelingssystematiek.

Heeft ieder zwaar anker C1 of C2?

Nee. Dit moet expliciet in de ETA staan.

Kan een anker dynamische belasting opnemen?

Alleen wanneer de productspecificatie en constructieve beoordeling dit dekken.

Is een standaard statische belasting geschikt voor een trillende machine?

Niet automatisch.

Zijn er ankers voor brandbelasting?

Ja. Sommige ETA's bevatten brandprestaties.

Is iedere RVS verankering brandwerend?

Nee.

Wat is installatiekoppel?

Het voorgeschreven moment waarmee een mechanisch anker tijdens montage wordt gezet.

Kan ik een keilanker extra hard aandraaien?

Nee. Gebruik het voorgeschreven montagekoppel.

Kan ik een slagmoersleutel gebruiken?

Alleen volgens de concrete product-/montageprocedure.

Welke materialen bestaan voor betonankers?

Onder andere verzinkt staal en verschillende RVS-uitvoeringen.

Is RVS een oppervlaktebehandeling?

Nee. RVS is het basismateriaal.

Welke verankering gebruik ik buiten?

Kies materiaal en corrosieklasse volgens de concrete omgeving en fabrikantgegevens.

Kan ik een verzinkt binnenanker buiten gebruiken?

Niet automatisch. Controleer de toegestane gebruiksomgeving.

Kan ik een betonanker in baksteen gebruiken?

Niet tenzij het product expliciet voor die ondergrond is goedgekeurd.

Kan ik een steenplug in beton gebruiken?

Alleen wanneer beton binnen de producttoepassing valt.

Kan ik een chemisch betonanker in holle steen gebruiken?

Alleen wanneer het systeem daarvoor is beoordeeld, vaak met een passende zeefhuls.

Heeft iedere injectiemortel dezelfde uithardingstijd?

Nee.

Waar hangt de uithardingstijd van af?

Onder andere van morteltype en temperatuur.

Wat is verwerkingstijd?

De periode waarin de gemengde mortel nog correct verwerkt kan worden.

Kan ik het anker direct na injecteren belasten?

Nee. Wacht minimaal de voorgeschreven uithardingstijd.

Mag het boorgat nat zijn?

Sommige systemen staan dit toe, andere niet. Controleer de ETA.

Kan chemische verankering onder water?

Alleen wanneer de concrete productspecificatie dit expliciet toestaat.

Hoeveel kg kan een M12-keilanker dragen?

Dat kan niet universeel worden aangegeven. Product, ETA, beton, verankeringsdiepte, randafstand en belasting bepalen de capaciteit.

Waarom zijn universele kg-tabellen fout?

Omdat dezelfde M12-diameter bij verschillende producten en montagecondities totaal verschillende weerstanden kan hebben.

Wat moet ik bij constructieve verankering opslaan?

Minimaal product/ETA, ondergrond, ankermaat, boordiameter, verankeringsdiepte, bevestigingsdikte, materiaal, rand- en hartafstanden en de relevante productspecifieke weerstanden.

Hoe kies ik het juiste verankeringsproduct?

Bepaal eerst ondergrond en belasting en selecteer daarna ankerprincipe, ETA, maat, verankeringsdiepte, klemdikte, materiaal, montagecondities en constructieve eisen.