Inpers bevestiging

Inpers bevestiging voor het creëren van sterke en permanente bevestigingspunten in dun plaatmateriaal zonder lassen of traditioneel tappen. Het assortiment omvat onder andere inpersmoeren, inpersbouten, inpersstiften, afstandhouders en andere self-clinching bevestigers voor staal, RVS en aluminium plaat. Kies het juiste inpersdeel op basis van type, draadmaat, plaatdikte, gatdiameter, plaathardheid, materiaal en benodigde mechanische belastbaarheid.

Inpers bevestiging voor dun plaatmateriaal

Inpers bevestiging is een verzamelnaam voor bevestigingsmiddelen die door gecontroleerde perskracht permanent in dun plaatmateriaal worden verankerd.

Internationaal wordt hiervoor meestal de term:

self-clinching fasteners

gebruikt.

Afhankelijk van de uitvoering kan met één inpersdeel worden gecreëerd:

  • metrische binnendraad;
  • metrische buitendraad;
  • een afstandhouder;
  • een positioneerpen;
  • een borgende schroefverbinding;
  • een vlak bevestigingspunt.

Inpersbevestigers worden veel toegepast in:

  • plaatbewerking;
  • machinebouw;
  • apparatenbouw;
  • elektronica;
  • schakelkasten;
  • telecomapparatuur;
  • automotive;
  • medische apparatuur;
  • industriële behuizingen;
  • server- en computerbehuizingen.

Wat is self-clinching bevestiging?

Een self-clinching bevestiger wordt in een nauwkeurig voorbereid gat in de plaat geplaatst.

Vervolgens wordt het bevestigingsmiddel met gecontroleerde:

axiale perskracht

in het plaatmateriaal gedrukt.

Het plaatmateriaal vervormt plastisch rondom speciale geometrie van het bevestigingsmiddel.

Hierdoor ontstaat een mechanische verankering.

Materiaal vloeit in de ondersnijding

Een typisch self-clinching bevestigingsmiddel bevat twee belangrijke geometrische kenmerken:

  • materiaalverdringende elementen;
  • een ondersnijding of ringgroef.

Tijdens het persen wordt plaatmateriaal verplaatst en stroomt dit in de ondersnijding.

Na montage kan het bevestigingsmiddel daardoor niet eenvoudig axiaal uit het gat worden getrokken.

Tegen verdraaien

Veel inpersmoeren en inpersbouten bevatten daarnaast een:

  • karteling;
  • ribben;
  • vertanding;
  • andere antirotatiegeometrie.

Deze grijpt in het plaatmateriaal.

Hierdoor ontstaat weerstand tegen:

torque-out / verdraaien.

Geen lasverbinding

Een belangrijk voordeel is dat voor normale self-clinching montage geen:

  • lasapparaat;
  • laswarmte;
  • lasnaad

nodig is.

Dit maakt inpersbevestiging aantrekkelijk voor dun plaatwerk.

Geen traditionele tapbewerking

In zeer dun plaatmateriaal is vaak onvoldoende materiaaldikte aanwezig om sterke conventionele binnendraad rechtstreeks in de plaat te tappen.

Een inpersmoer voegt een afzonderlijk metalen schroefdraadlichaam toe.

Hierdoor kan in dun plaatmateriaal toch bruikbare metrische binnendraad worden gerealiseerd.

Inpersmoeren

Een van de bekendste productgroepen is:

inpersmoeren / self-clinching nuts.

Deze worden in een voorbereid rond gat geperst.

Na installatie blijft een permanente metrische binnendraad in het plaatwerk achter.

Toepassingen van inpersmoeren

Inpersmoeren worden bijvoorbeeld gebruikt voor:

  • machinekappen;
  • behuizingen;
  • elektronicakasten;
  • schakelkasten;
  • serverchassis;
  • montagepanelen.

Voordeel ten opzichte van gewone moer

Bij een normale bout-moerverbinding moet tijdens montage vaak toegang tot beide zijden van de plaat aanwezig zijn.

Wanneer een inpersmoer vooraf in het plaatwerk is gemonteerd, blijft de moer permanent aanwezig.

Tijdens eindmontage hoeft daardoor alleen de bout te worden ingebracht.

Standaard inpersmoer

Een standaard self-clinching nut heeft meestal:

  • metrische binnendraad;
  • clinching ring;
  • antirotatiegeometrie.

De exacte vorm verschilt per fabrikant en productserie.

Blinde inpersmoer

Er bestaan ook:

blinde inpersmoeren.

Daarbij is de binnendraad aan één zijde afgesloten.

Dit kan interessant zijn wanneer:

  • geen boutuiteinde mag uitsteken;
  • vuil of vloeistof minder gemakkelijk via het draadkanaal naar de andere zijde mag komen;
  • een gesloten montagezijde gewenst is.

Een blind uitgevoerde inpersmoer is echter niet automatisch een gecertificeerde vloeistof- of gasafdichting.

Flush inpersmoeren

Speciale:

flush self-clinching nuts

kunnen zo in het plaatmateriaal worden geperst dat het bevestigingsdeel aan één of beide relevante zijden zeer vlak wordt geïntegreerd.

Dit is nuttig wanneer weinig ruimte beschikbaar is.

Floating inpersmoeren

Er bestaan ook:

floating self-clinching nuts.

Daarbij kan het daadwerkelijke draadgedeelte binnen een beperkte afstand bewegen.

Deze beweging helpt om kleine positieverschillen tussen:

  • plaatgat;
  • bout;
  • tweede constructiedeel

te compenseren.

Geen algemene speling aannemen

De toegestane:

  • axiale;
  • radiale

beweging van een floating nut is productspecifiek.

Gebruik hiervoor de fabrikantgegevens.

Borgende inpersmoeren

Er bestaan tevens:

self-locking inpersmoeren.

Deze combineren self-clinching montage met een borgende functie voor de bout.

Afhankelijk van product kan dit bijvoorbeeld gebeuren met:

  • vervormde metalen draad;
  • kunststof borginsert.

Niet iedere inpersmoer is dus automatisch borgend.

Inpersbouten

Naast inpersmoeren bestaan:

inpersbouten / self-clinching studs.

Deze creëren een permanente uitstekende:

metrische buitendraad

op het plaatmateriaal.

Flush-head inpersbout

Bij een typische flush-head inpersbout wordt de kop tijdens installatie in het plaatmateriaal ingebed.

Na montage kan de kopzijde vrijwel vlak met het plaatoppervlak liggen.

Materiaal rondom de kop

Tijdens installatie wordt plaatmateriaal rondom de speciale kopgeometrie verplaatst.

Dit materiaal grijpt rondom de:

  • ribben;
  • groef;
  • kopvorm

en borgt de bout tegen trekken en draaien.

Waarom een inpersbout?

Een inpersbout is interessant wanneer na productie permanent een draadeind aan een plaat aanwezig moet zijn.

Hierop kunnen vervolgens bijvoorbeeld worden gemonteerd:

  • moeren;
  • ringen;
  • afstandhouders;
  • kabelbeugels;
  • elektronische modules.

Inpersstiften

Naast draadbouten bestaan ook gladde:

inpersstiften / self-clinching pins.

Deze hebben geen buitendraad.

Ze kunnen onder andere worden gebruikt voor:

  • positioneren;
  • geleiden;
  • uitlijnen;
  • montage.

Positioneerpen

Een vaste gladde pen kan bijvoorbeeld worden gebruikt om twee platen tijdens montage nauwkeurig ten opzichte van elkaar te positioneren.

De bevestigingsbout hoeft daardoor niet tegelijkertijd alle positionering te verzorgen.

Inpers-afstandhouders

Een belangrijke productgroep zijn:

self-clinching standoffs / inpers-afstandhouders.

Deze worden permanent in één metalen plaat geperst en creëren vervolgens een vaste afstand tot een tweede component.

Toepassingen van afstandhouders

Veel voorkomende toepassingen zijn:

  • printplaatmontage;
  • elektronica;
  • machinepanelen;
  • meerdere platen boven elkaar;
  • behuizingen.

Afstandhouder met binnendraad

Een self-clinching standoff kan aan de uitstekende zijde voorzien zijn van:

metrische binnendraad.

Hierin kan vanaf de andere constructie een passende bout worden gemonteerd.

Afstandhouder met doorlopend gat

Er bestaan ook uitvoeringen met een:

glad doorlopend gat.

Hierbij wordt de afstandhouder vooral gebruikt om:

  • afstand;
  • geleiding;
  • positionering

te creëren.

Permanente montage in de basisplaat

Na correct inpersen zit de afstandhouder permanent in de eerste plaat.

Dit voorkomt dat tijdens eindassemblage een losse afstandsbus met de hand op zijn plaats moet worden gehouden.

Captive screws

Self-clinching technologie kan ook worden gebruikt voor:

captive screws / verliesvrije schroeven.

Hierbij blijft de schroef aan de plaat bevestigd, zelfs wanneer de verbinding wordt losgedraaid.

Waarom captive screws?

Dit is nuttig bij:

  • onderhoudskappen;
  • elektronica;
  • inspectiepanelen;
  • machines.

Een losgedraaide schroef kan dan minder eenvoudig:

  • zoekraken;
  • in de machine vallen.

Inpersbevestiging versus blindklinkmoer

Een inpersmoer moet niet worden verward met een:

blindklinkmoer.

Inpersmoer

Wordt door perskracht in relatief ductiel plaatmateriaal geclincht.

Blindklinkmoer

Wordt via axiale vervorming van zijn eigen schacht achter de plaat vastgezet.

De bevestigingsprincipes zijn dus volledig verschillend.

Toegang tijdens montage

Voor self-clinching montage is normaal gereedschap aan:

beide zijden

van de plaat nodig:

  • pons/punch;
  • aambeeld/anvil.

Een blindklinkmoer kan daarentegen vaak vanaf één zijde worden gemonteerd.

Inpersmoer versus lasmoer

Inpersmoer

Mechanische persverbinding.

Lasmoer

Wordt metallurgisch met het plaatmateriaal verbonden door lassen.

Inpersbevestiging voorkomt de warmte-inbreng van een lasproces.

Inpersmoer versus schroefdraadinsert

Een:

schroefdraadinsert

is een nog bredere productcategorie.

Inserts kunnen bijvoorbeeld worden:

  • geschroefd;
  • geperst;
  • met warmte geplaatst;
  • ultrasoon geplaatst.

Self-clinching bevestigers zijn specifiek ontworpen om door plastische vervorming van plaatmateriaal mechanisch te worden verankerd.

PEM is een merk

PEM® is een handelsmerk van PennEngineering.

Het bedrijf heeft self-clinching bevestiging sterk ontwikkeld en levert veel verschillende productseries.

Gebruik daarom in algemene categoriecontent:

inpersbevestiging / self-clinching

als generieke productnaam.

PEM kan daarnaast als merkfilter worden gebruikt wanneer ROKAFAST daadwerkelijk PEM-producten levert.

Self-clinching werkt door de plaat te vervormen

Een belangrijk principe is dat bij correcte installatie voornamelijk:

het plaatmateriaal

plastisch vervormt.

Het bevestigingsmiddel zelf hoort bij normale montage niet op dezelfde manier te worden:

  • uitgezet;
  • geklonken;
  • gefelst.

Dat onderscheidt de techniek van verschillende klinkprocessen.

Plaatmateriaal moet kunnen vloeien

Omdat het plaatmateriaal rondom de clinching-geometrie moet vervormen, is voldoende:

ductiliteit

nodig.

Zeer harde of brosse materialen kunnen daarom ongeschikt zijn voor een bepaald inpersdeel.

Bevestiger moet harder zijn dan de plaat

Een fundamentele selectieregel bij self-clinching bevestiging is dat het bevestigingsmiddel voldoende harder moet zijn dan het materiaal waarin het wordt gemonteerd.

Anders kan de clinching-geometrie onvoldoende plaatmateriaal verdringen.

Geen universele hardheidsgrens

De maximale toegestane:

HRB of HB

verschilt per productserie.

Gebruik dus niet één algemene waarde voor alle inpersbevestiging.

Voorbeeld standaard inpersmoer

Bij een huidige PEM S-inpersmoer wordt bijvoorbeeld toepassing opgegeven in staal of aluminium tot:

HRB 80 / HB 150.

Andere productseries hebben andere grenzen.

CLS / CLSS

Een andere huidige PEM-inpersmoerserie is bijvoorbeeld bedoeld voor plaatmateriaal tot ongeveer:

HRB 70 / HB 125.

Dit laat zien dat zelfs vergelijkbare inpersmoeren verschillende hardheidslimieten hebben.

SP voor hardere RVS-plaat

Voor RVS plaat bestaat bijvoorbeeld de speciale:

SP-serie.

Deze is ontworpen voor aanzienlijk harder plaatmateriaal dan verschillende normale S/CLS-uitvoeringen.

De keuze van de juiste fastenerfamilie is daarom essentieel.

RVS plaat vraagt extra aandacht

RVS plaatmateriaal is doorgaans harder dan gewoon zacht staal of aluminium.

Een gewone RVS bevestiger van 300-serie RVS kan daardoor te zacht zijn om correct in RVS plaat te clinchen.

Daarom bestaan speciaal geharde uitvoeringen voor RVS plaat.

RVS bevestiger is dus niet automatisch geschikt voor RVS plaat

Dit klinkt tegenstrijdig maar is technisch belangrijk.

Alleen zeggen:

materiaal bevestiger = RVS

is onvoldoende.

Controleer altijd de maximaal toegestane:

plaathardheid.

Gatdiameter

Iedere self-clinching bevestiger heeft een voorgeschreven:

montagegatdiameter.

Deze maat is kritisch voor de mechanische verankering.

Gat te klein

Een te klein gat kan:

  • montage verhinderen;
  • de plaat ongewenst vervormen;
  • de fastener beschadigen.

Gat te groot

Een te groot gat kan onvoldoende materiaal rondom de clinching-geometrie laten staan.

Hierdoor kunnen:

  • push-out;
  • torque-out

prestaties sterk afnemen.

Gatmaat niet afleiden uit M-maat

Een M6 inpersmoer heeft niet automatisch een:

Ø6 mm montagegat.

De buitendiameter van het clinching-gedeelte is groter dan de metrische binnendraad.

Gebruik daarom altijd de fabrikantgatmaat.

Voorbeeld flush inpersmoer M3

Een huidige flush PEM F M3-inpersmoer gebruikt bijvoorbeeld een plaatgat van ongeveer:

4,37 mm

en is in de betreffende uitvoering ontworpen voor plaatdiktes vanaf ongeveer:

1,53 mm.

Dit is een productspecifiek voorbeeld en geen algemene M3-maat.

Plaatdikte

Iedere productserie heeft een voorgeschreven:

minimale plaatdikte.

Sommige typen hebben zelfs een specifieke dikterange.

Waarom minimum plaatdikte?

Er moet voldoende plaatmateriaal aanwezig zijn om in de ondersnijding van de bevestiger te vloeien.

Bij een te dunne plaat kan onvoldoende mechanische verankering ontstaan.

Shank code

Veel professionele inpersmoeren worden daarom geleverd in verschillende:

shank codes / lengtecategorieën.

Iedere uitvoering past bij een bepaald plaatdiktebereik.

Niet automatisch dikste uitvoering kiezen

Een langere clinching-schacht is niet automatisch beter.

Wanneer de geometrie niet bij de plaatdikte past kan:

  • de fastener onvoldoende vlak worden;
  • de draad beschadigen;
  • de plaat vervormen.

Kies de productspecifieke uitvoering.

Zeer dun plaatmateriaal

Moderne self-clinching technologie kan in bepaalde gespecialiseerde producten worden toegepast in extreem dun plaatmateriaal.

Dat betekent echter niet dat iedere standaard inpersmoer in bijvoorbeeld 0,5 mm plaat kan worden gemonteerd.

Controleer altijd de minimale plaatdikte van de concrete SKU.

Plaathardheid én plaatdikte

Voor correcte selectie moeten dus minimaal tegelijk worden gecontroleerd:

plaatdikte + materiaal + hardheid.

Alleen:

M6 voor staal

is onvoldoende technische productinformatie.

Geponst of geboord gat

Montagegaten kunnen afhankelijk van product:

  • worden geponst;
  • worden geboord.

De maat en kwaliteit van het gat moeten binnen de voorgeschreven toleranties blijven.

Ponszijde

Bij veel self-clinching bevestigers wordt montage vanaf de:

ponszijde

van het plaatgat aanbevolen.

Hierdoor wordt de geschikte zijde van de ponsgeometrie benut.

Niet ontbramen

Een belangrijk verschil met veel andere metaalbewerkingen is dat mounting holes voor klassieke self-clinching bevestigers meestal:

niet ontbraamd

moeten worden.

Het materiaal rond de scherpe rand is juist nodig voor een goede clinchverbinding.

Geen verzinking rond gat aanbrengen

Maak dus niet automatisch een:

  • grote afschuining;
  • verzinking;
  • sterke afronding

rond het montagegat.

Hierdoor kan materiaal worden verwijderd dat nodig is om de ondersnijding te vullen.

Fabrikanttolerantie volgen

Gebruik altijd de voorgeschreven:

  • gatdiameter;
  • positieve tolerantie;
  • gatvorm.

Een paar tienden verschil kan bij kleine fasteners al relevant zijn.

Rond gat

Normale self-clinching producten worden doorgaans in een:

rond gat

gemonteerd.

Een zeskantige kop betekent niet automatisch dat een zeskantig plaatgat nodig is.

De kopgeometrie kan juist door materiaalverdringing antirotatie creëren.

Perskracht

Een self-clinching fastener moet met gecontroleerde:

perskracht

worden geïnstalleerd.

De benodigde kracht wordt normaal in:

kN

opgegeven.

Geen universele perskracht per M-maat

De installatiekracht hangt af van:

  • type fastener;
  • materiaal;
  • maat;
  • plaatmateriaal;
  • plaatdikte.

Gebruik dus geen algemene tabel zoals:

M6 = 20 kN.

Parallel persen

Tijdens installatie moeten:

punch en anvil

zoveel mogelijk parallel staan.

Hierdoor wordt de perskracht gelijkmatig rondom het bevestigingsmiddel overgebracht.

Geen hamer gebruiken

Een self-clinching bevestiger hoort niet met een:

hamer

in het gat te worden geslagen.

Een korte slag veroorzaakt niet de gecontroleerde materiaalvloei die nodig is om de clinching-geometrie volledig te vullen.

Persmachine

Voor serieproductie worden onder andere gebruikt:

  • mechanische persen;
  • pneumatische persen;
  • hydraulische persen;
  • gespecialiseerde inpersmachines.

De pers moet voldoende kracht kunnen leveren én controleerbaar zijn.

Niet overpersen

Meer perskracht is niet automatisch beter.

Te hoge perskracht kan leiden tot:

  • vervormde kop;
  • beschadigde draad;
  • verbogen plaat;
  • beschadiging van de bevestiger.

Optimum bepalen

Bij serieproductie moeten de door fabrikant aangegeven installatiekrachten als uitgangspunt worden gebruikt.

Vervolgens moet de correcte instelling voor de daadwerkelijke:

  • plaat;
  • fastener;
  • tooling

worden gevalideerd.

Flush montage

Bij veel inpersmoeren en inpersbouten moet de relevante schouder of kop na correcte montage:

vlak tegen of in het plaatoppervlak

liggen.

Controleer hiervoor de producttekening.

Geen ruimte onder kop

Wanneer na installatie duidelijk een ongewenste opening onder de clinching-schouder zichtbaar blijft kan de verbinding onvoldoende zijn ingeperst.

Controleer:

  • perskracht;
  • gatmaat;
  • plaatdikte;
  • hardheid.

Randafstand

Een zeer belangrijk kenmerk is:

minimum centerline-to-edge distance.

Dit is de minimale afstand vanaf het middelpunt van het montagegat tot de rand van de plaat.

Te dicht bij de rand

Tijdens clinching wordt plaatmateriaal radiaal verplaatst.

Wanneer het gat te dicht bij een vrije rand zit kan deze rand:

  • uitbollen;
  • vervormen.

De mechanische prestaties kunnen daardoor afnemen.

Geen universele randafstand

De minimale randafstand verschilt per:

  • bevestigertype;
  • maat;
  • kopgeometrie.

Sla deze daarom productspecifiek op.

Speciale close-to-edge producten

Voor constructies met zeer weinig randruimte bestaan speciale self-clinching geometrieën.

Deze zijn specifiek ontworpen om materiaalverplaatsing bij de rand beter te beheersen.

Gebruik daarvoor echte productspecifieke data.

Afstand tot zetlijn

Ook de afstand tussen een inpersbevestiger en een latere:

buig-/zetlijn

is belangrijk.

Koudvervorming rond de fastener kan de clinchverbinding beïnvloeden.

Eerst persen of eerst zetten?

De optimale productvolgorde is productspecifiek.

Een fastener te dicht bij een reeds sterk koudvervormde zetlijn monteren kan problematisch zijn.

Plan plaatbewerking en fastener-installatie daarom samen.

Lokaal gehard plaatmateriaal

Processen zoals:

  • ponsen;
  • lasersnijden;
  • buigen

kunnen plaatselijk de materiaaleigenschappen beïnvloeden.

Dit is vooral relevant bij hardere materialen zoals RVS.

Push-out

Een belangrijke prestatiemaat is:

push-out resistance.

Deze geeft aan hoeveel axiale kracht nodig is om de inpersbevestiger uit zijn montagegat te drukken.

Push-out in newton

Deze waarde wordt vaak opgegeven in:

N.

Hij hangt sterk af van het gebruikte:

  • plaatmateriaal;
  • plaatdikte;
  • montagekwaliteit.

Torque-out

Een tweede belangrijke waarde is:

torque-out resistance.

Deze beschrijft de weerstand tegen het verdraaien van het bevestigingsmiddel in de plaat.

Torque-out in Nm

Deze wordt meestal weergegeven in:

N·m.

Een hoge torque-out weerstand is belangrijk wanneer bijvoorbeeld een bout in een permanente inpersmoer wordt vastgedraaid.

Pull-through

Voor bijvoorbeeld inpersbouten wordt ook:

pull-through resistance

gebruikt.

Dit is gerelateerd aan de belasting waarbij de kop door het plaatmateriaal wordt getrokken.

Verschillende prestatiebegrippen niet verwarren

Push-out

Fastener uit het gat drukken.

Torque-out

Fastener in het gat laten roteren.

Pull-through

Fastener/kop door het plaatmateriaal trekken.

Deze waarden zeggen iets anders over de verbinding.

Testplaatmateriaal belangrijk

Fabrikanttabellen vermelden vaak de prestaties gemeten in een bepaalde:

  • aluminiumlegering;
  • staalsoort;
  • plaatdikte.

Gebruik deze cijfers niet als universele belastingswaarde in ieder ander materiaal.

Voorbeeld inpersbout

Een actuele PEM FH M4-inpersbout gebruikt bijvoorbeeld een:

4,0 mm montagegat.

Bij tests in 1,5 mm staal wordt voor deze specifieke uitvoering een installatiekracht van ongeveer:

28,9 kN

opgegeven en andere prestatiecijfers dan bij montage in aluminium.

Dat laat goed zien waarom materiaal in de productdata hoort.

Geen algemene draagkracht in kg

Vermijd daarom webshopteksten zoals:

M6 inpersmoer houdt 500 kg.

De feitelijke capaciteit hangt af van:

  • plaatmateriaal;
  • plaatdikte;
  • belastingrichting;
  • fastener;
  • bevestigingsbout;
  • montagekwaliteit.

Boutaandraaimoment

Ook het maximaal of aanbevolen:

aandraaimoment

is productspecifiek.

Te hoog boutmoment kan leiden tot:

  • torque-out van de inpersmoer;
  • beschadigde binnendraad;
  • plaatvervorming.

Gebruik fabrikantgegevens.

Plaat is onderdeel van de verbinding

Een self-clinching fastener kan op zichzelf van zeer sterk staal zijn.

Maar de totale bevestiging kan alsnog worden beperkt door het:

dunne plaatmateriaal.

Daarom moeten fastener en plaat altijd als één systeem worden beoordeeld.

Materiaal inpersbevestiger

Veel voorkomende materialen zijn:

  • gehard koolstofstaal;
  • RVS;
  • aluminium.

Welke combinatie geschikt is hangt vooral af van:

  • plaathardheid;
  • corrosie;
  • benodigde prestaties.

Geharde stalen inpersmoeren

Gehard staal wordt veel gebruikt omdat het clinching-gedeelte harder moet zijn dan normaal zacht:

  • staalplaat;
  • aluminiumplaat.

Het staal krijgt vaak een oppervlaktebehandeling tegen corrosie.

Verzinkte uitvoering

Een veel voorkomende combinatie is:

Materiaal = gehard staal.

Oppervlaktebehandeling = verzinkt.

Behandel deze gegevens als afzonderlijke eigenschappen.

RVS bevestigers

RVS inpersbevestigers zijn interessant wanneer:

  • corrosiebestendigheid;
  • materiaalcompatibiliteit

belangrijk zijn.

Maar zoals eerder beschreven moet de hardheid ten opzichte van het plaatmateriaal worden gecontroleerd.

300-serie RVS

300-serie RVS wordt bijvoorbeeld gebruikt voor fasteners die in voldoende zachte staal- of aluminiumplaat worden gemonteerd.

Het is niet automatisch geschikt om in harde 300-serie RVS plaat te clinchen.

Geharde RVS-fasteners

Voor RVS plaat bestaan daarom speciale:

hardere RVS-uitvoeringen.

Gebruik hiervoor uitsluitend de productserie die door fabrikant voor de betreffende maximale plaathardheid wordt opgegeven.

Aluminium inpersbevestigers

Aluminium fasteners kunnen worden gebruikt in daarvoor geschikte:

zachte aluminium plaat.

De maximale toegestane hardheid ligt bij dergelijke fasteners doorgaans lager dan bij gehard stalen uitvoeringen.

Corrosiecombinatie

Wanneer verschillende metalen worden gecombineerd kan:

galvanische corrosie

relevant worden.

Bijvoorbeeld:

  • RVS fastener in aluminium plaat;
  • staal in aluminium;
  • verschillende oppervlaktebehandelingen.

Dit is vooral belangrijk bij aanwezigheid van vocht of elektrolyt.

Voorbehandelde plaat

Zelf-clinching bevestigers kunnen afhankelijk van serie in bepaalde vooraf afgewerkte plaatmaterialen worden gebruikt.

Maar coating, anodiseren en montagevolgorde kunnen invloed hebben op:

  • passing;
  • elektrische verbinding;
  • corrosie;
  • clinchprestatie.

Volg daarom de fabrikantprocedure voor de specifieke combinatie.

Elektrische verbinding

Metalen inpersbevestigers kunnen onderdeel worden van een:

  • chassis;
  • massa;
  • aardverbinding.

Daarvoor moeten elektrische eigenschappen specifiek worden beoordeeld.

Een mechanisch stevige verbinding is niet automatisch een gecertificeerde beschermingsaarde.

Inpersmoer na poedercoaten

Wanneer een verbinding na het inpersen wordt gepoedercoat kan coating in:

  • draad;
  • contactoppervlakken

terechtkomen.

Gebruik passende procesbescherming wanneer de schroefdraad of elektrische continuïteit functioneel kritisch is.

Niet nabewerken zonder reden

De clinching-geometrie moet na montage intact blijven.

Ongecontroleerd:

  • slijpen;
  • frezen;
  • uitboren

rondom de bevestiger kan de mechanische borging aantasten.

Inpersbevestiging kiezen

Producttype

Kies inpersmoer, inpersbout, stift, afstandhouder, floating nut of speciale uitvoering.

Draadmaat

Kies de benodigde metrische binnen- of buitendraad.

Draadspoed

Controleer de daadwerkelijke spoed.

Plaatmateriaal

Bepaal staal, RVS, aluminium of ander geschikt ductiel metaal.

Plaatdikte

Controleer de minimale of voorgeschreven plaatdikterange.

Plaathardheid

De fastener moet voor de daadwerkelijke hardheid van de plaat zijn goedgekeurd.

Gatdiameter

Gebruik exact de productspecifieke montagemaat en tolerantie.

Randafstand

Controleer de minimale centerline-to-edge distance.

Materiaal fastener

Kies passend gehard staal, RVS of aluminium.

Oppervlaktebehandeling

Controleer bijvoorbeeld verzinken of passiveren.

Installatiekracht

Gebruik de door fabrikant voorgeschreven kracht als uitgangspunt.

Push-out

Controleer bij axiale belasting de productspecifieke waarde.

Torque-out

Controleer bij geschroefde verbindingen de weerstand tegen verdraaien.

Boutmoment

Gebruik waar beschikbaar het aanbevolen maximale montagekoppel.

Algemene montageprocedure

Een typische montageprocedure is:

  1. Selecteer de juiste fastener voor materiaal en plaathardheid.
  2. Controleer minimale plaatdikte.
  3. Maak het montagegat met de opgegeven diameter.
  4. Ontbraam of verzink het gat niet wanneer de productspecificatie dit niet toestaat.
  5. Plaats het bevestigingsmiddel vanaf de voorgeschreven zijde.
  6. Zorg dat de pilot of schacht volledig in het gat zit.
  7. Positioneer punch en anvil parallel.
  8. Breng gecontroleerde perskracht aan.
  9. Pers totdat de clinching-geometrie volledig is ingebed volgens de productinstructie.
  10. Vermijd overpersen.
  11. Controleer vlakheid en vervorming rondom het gat.
  12. Controleer draad en montagefunctie.
  13. Valideer bij serieproductie de verbinding met productspecifieke performance-eisen.

Niet met een hamer monteren

Een belangrijke montagefout is proberen een self-clinching fastener:

met een hamer in de plaat te slaan.

Hierbij wordt de noodzakelijke materiaalvloei niet gecontroleerd opgebouwd.

Gebruik een geschikte pers.

Montagegereedschap

Bij iedere fastener kunnen specifieke:

  • punches;
  • anvils;
  • houders

nodig zijn.

Bij inpersbouten en standoffs moet het aambeeld bijvoorbeeld ruimte bieden aan het uitstekende deel.

Productieautomatisering

Self-clinching technologie is bijzonder geschikt voor serieproductie.

Fasteners kunnen met geschikte apparatuur:

  • automatisch worden toegevoerd;
  • gepositioneerd;
  • geperst.

Hierdoor kan plaatassemblage zeer efficiënt worden uitgevoerd.

Inpers bevestiging bestellen bij ROKAFAST

Bij ROKAFAST vind je inpers bevestiging voor het creëren van permanente schroefdraad-, draadeind-, positioneer- en afstandsfuncties in dun metalen plaatmateriaal.

Afhankelijk van de toepassing bestaat het assortiment uit onder andere:

  • inpersmoeren;
  • inpersbouten;
  • inpersstiften;
  • inpers-afstandhouders;
  • blinde inpersmoeren;
  • vlakke inpersmoeren;
  • floating nuts;
  • speciale self-clinching bevestigers.

Kies de juiste inpersbevestiging niet uitsluitend op draadmaat.

Voor een betrouwbare clinchverbinding moeten ook plaatmateriaal, plaatdikte, plaathardheid, montagegat, randafstand en installatiekracht bij het concrete product passen.

Voor mechanisch kritische toepassingen moeten daarnaast productspecifieke waarden zoals push-out, torque-out, pull-through en aanbevolen boutmoment worden gecontroleerd.

Gerelateerde producten

Naast inpers bevestiging vind je binnen het ROKAFAST-assortiment Blindklinkmoeren, Lasmoeren, Lasstiften, Schroefdraadinserts, Afstandsteunen, Machineschroeven, Cilinderschroeven met binnenzeskant en Vlakke sluitringen.

Gebruik een self-clinching bevestiger wanneer persmontage in ductiel plaatmateriaal mogelijk is, een blindklinkmoer wanneer slechts één zijde bereikbaar is en een lasmoer wanneer een gelaste metrische binnendraadverbinding gewenst is.

Veelgestelde vragen over inpers bevestiging

Wat is inpers bevestiging?

Inpers bevestiging omvat bevestigingsmiddelen die met gecontroleerde perskracht permanent in plaatmateriaal worden verankerd.

Wat betekent self-clinching?

Self-clinching beschrijft een bevestiger waarbij het plaatmateriaal tijdens persmontage in speciale geometrie van de fastener vloeit en zo een mechanische verankering creëert.

Is PEM hetzelfde als inpersbevestiging?

Nee. PEM® is een merknaam. Self-clinching of inpersbevestiging is de generieke technologie.

Welke soorten inpersbevestiging bestaan?

Onder andere inpersmoeren, inpersbouten, inpersstiften, afstandhouders, floating nuts en captive fasteners.

Wat is een inpersmoer?

Een permanent in plaatmateriaal geperste moer waarmee metrische binnendraad in dun plaatwerk wordt gecreëerd.

Wat is een inpersbout?

Een permanent in plaatmateriaal geperste bout of stud met uitstekende buitendraad.

Wat is een inpers-afstandhouder?

Een self-clinching component die permanent aan de plaat wordt bevestigd en tegelijkertijd een vaste montageafstand creëert.

Wat is een floating nut?

Een inpersmoer waarbij het draadgedeelte beperkt kan bewegen om kleine uitlijnfouten te compenseren.

Wat is een blinde inpersmoer?

Een inpersmoer met een gesloten uiteinde van het draadgat.

Is een blinde inpersmoer automatisch waterdicht?

Nee. Een gesloten draadgat betekent niet automatisch dat de complete verbinding een gecertificeerde vloeistofdichte afdichting vormt.

Wat is een flush inpersmoer?

Een uitvoering die na installatie zeer vlak in het plaatoppervlak geïntegreerd kan worden.

Hoe blijft een inpersmoer vastzitten?

Plaatmateriaal wordt tijdens het persen in een ondersnijding van de bevestiger gedwongen en antirotatiegeometrie voorkomt verdraaien.

Vervormt de inpersmoer zelf tijdens installatie?

Bij klassieke self-clinching technologie is juist de gecontroleerde vervorming van het omliggende plaatmateriaal het belangrijkste clinching-principe.

Kan ik een inpersmoer met een hamer monteren?

Nee. Voor betrouwbare installatie is gecontroleerde perskracht tussen passende gereedschapsvlakken nodig.

Heb ik een pers nodig?

Ja, voor conventionele self-clinching bevestigers is een gecontroleerde persbeweging de normale montagemethode.

Moet de pers recht staan?

Punch en anvil moeten tijdens installatie zoveel mogelijk parallel staan.

Hoeveel perskracht is nodig?

Dat verschilt per fastener, maat, materiaal en plaat. Gebruik de productspecifieke fabrikantwaarde.

Is meer perskracht beter?

Nee. Overpersen kan de draad, fastener of plaat beschadigen.

Welk gat moet ik boren voor een M6 inpersmoer?

Dat kan niet uit M6 alleen worden bepaald. Gebruik de exacte gatdiameter van de betreffende inpersmoer.

Waarom is de gatmaat groter dan M6?

M6 beschrijft de binnendraad. De buitenste clinching-geometrie heeft een grotere diameter.

Mag ik het gat ontbramen?

Bij klassieke self-clinching fasteners schrijft de fabrikant vaak juist voor het montagegat niet te ontbramen, omdat materiaal rondom de gatkant voor het clinching-proces nodig is.

Kan ik een verzinkboor gebruiken?

Niet tenzij de specifieke fastener dit vereist. Voor standaard self-clinching montage is een verzinking rond het gat meestal ongewenst.

Kan een gat worden geponst?

Ja. Veel self-clinching systemen zijn specifiek ontwikkeld voor nauwkeurig geponste ronde gaten.

Kan een gat worden geboord?

Bij veel producten wel, zolang diameter, tolerantie en gatkwaliteit voldoen aan de productspecificatie.

Waarom is de ponszijde belangrijk?

Bij veel self-clinching bevestigers wordt montage vanaf de punch side aanbevolen vanwege de geometrie van het geponste gat.

Welke plaatdikte is nodig?

Dat verschilt per product. Iedere fastener heeft een voorgeschreven minimale plaatdikte of dikterange.

Wat gebeurt er als de plaat te dun is?

Er kan onvoldoende materiaal aanwezig zijn om de clinching-geometrie correct te vullen.

Waarom is plaathardheid belangrijk?

De bevestiger moet voldoende harder zijn dan het plaatmateriaal om het materiaal tijdens installatie gecontroleerd te kunnen verdringen.

Kan een normale stalen inpersmoer in RVS?

Niet automatisch. RVS plaat kan te hard zijn. Gebruik een product dat expliciet voor de betreffende RVS-hardheid is ontwikkeld.

Kan een RVS inpersmoer in RVS plaat?

Ook niet automatisch. Een 300-serie RVS fastener kan juist onvoldoende hard zijn voor 300-serie RVS plaat.

Zijn er speciale fasteners voor RVS?

Ja. Fabrikanten hebben specifiek geharde productseries voor hardere RVS-panelen.

Kan een inpersmoer in aluminium?

Ja, wanneer de productserie geschikt is voor de gebruikte aluminiumkwaliteit en hardheid.

Welke materialen bestaan voor inpersbevestigers?

Onder andere gehard koolstofstaal, RVS en aluminium.

Is RVS een oppervlaktebehandeling?

Nee. RVS is het basismateriaal. Verzinken of passiveren zijn oppervlaktebehandelingen.

Wat is push-out?

De axiale kracht die nodig is om de inpersbevestiger uit de plaat te drukken.

Wat is torque-out?

Het moment waarbij de bevestiger in het plaatmateriaal begint te verdraaien.

Wat is pull-through?

De belasting waarbij bijvoorbeeld een inpersbout door of uit het plaatmateriaal wordt getrokken.

Heeft iedere M6-inpersmoer dezelfde push-out?

Nee. Plaatmateriaal, dikte, fastenertype en montage bepalen mede de waarde.

Hoe dicht mag een inpersmoer bij de plaatrand zitten?

Iedere SKU heeft een minimale centerline-to-edge distance. Gebruik deze fabrikantwaarde.

Wat gebeurt er te dicht bij de rand?

Het plaatmateriaal kan tijdens het persen naar buiten uitbollen of vervormen.

Mag ik een inpersmoer vlak bij een zetlijn plaatsen?

Alleen wanneer de productspecificatie en constructie dit toelaten. Sterk koudvervormd materiaal rond een zetlijn kan de clinchwerking beïnvloeden.

Kan ik een inpersmoer na het lakken monteren?

Dat hangt van fastener, coating en proces af. Volg de fabrikantprocedure; oppervlakteafwerking kan de clinchverbinding beïnvloeden.

Is een inpersmoer hetzelfde als een blindklinkmoer?

Nee. Een blindklinkmoer vervormt zijn eigen schacht achter de plaat; een self-clinching nut wordt door materiaalverplaatsing van de plaat verankerd.

Wat is het voordeel ten opzichte van een blindklinkmoer?

Self-clinching kan een zeer compacte en sterke permanente bevestiging opleveren en is zeer geschikt voor seriematige plaatproductie.

Wat is het voordeel van een blindklinkmoer?

Deze kan vaak vanaf één zijde worden gemonteerd.

Is een inpersmoer hetzelfde als een lasmoer?

Nee. Een inpersmoer is mechanisch geclincht; een lasmoer wordt gelast.

Welke DIN-norm geldt voor inpersbevestiging?

Voor de brede categorie bestaat geen universele DIN-productnorm die alle self-clinching moeren, studs, standoffs en speciale fasteners omvat.

Welke ISO-norm geldt voor de metrische draad?

Voor normale commerciële metrische draad zijn onder andere ISO 262 en ISO 965 relevant.

Wat is de actuele ISO 965-1?

Sinds april 2026 is ISO 965-1:2026 de actuele editie voor het tolerantiesysteem van algemene metrische ISO-schroefdraad.

Hoe kies ik de juiste inpersbevestiging?

Controleer producttype, draadmaat, plaatmateriaal, plaatdikte, plaathardheid, gatdiameter, randafstand, fastenermateriaal, installatiekracht en benodigde push-out- en torque-outprestaties.