Inpers bevestiging
Inpers bevestiging voor dun plaatmateriaal
Inpers bevestiging is een verzamelnaam voor bevestigingsmiddelen die door gecontroleerde perskracht permanent in dun plaatmateriaal worden verankerd.
Internationaal wordt hiervoor meestal de term:
self-clinching fasteners
gebruikt.
Afhankelijk van de uitvoering kan met één inpersdeel worden gecreëerd:
- metrische binnendraad;
- metrische buitendraad;
- een afstandhouder;
- een positioneerpen;
- een borgende schroefverbinding;
- een vlak bevestigingspunt.
Inpersbevestigers worden veel toegepast in:
- plaatbewerking;
- machinebouw;
- apparatenbouw;
- elektronica;
- schakelkasten;
- telecomapparatuur;
- automotive;
- medische apparatuur;
- industriële behuizingen;
- server- en computerbehuizingen.
Wat is self-clinching bevestiging?
Een self-clinching bevestiger wordt in een nauwkeurig voorbereid gat in de plaat geplaatst.
Vervolgens wordt het bevestigingsmiddel met gecontroleerde:
axiale perskracht
in het plaatmateriaal gedrukt.
Het plaatmateriaal vervormt plastisch rondom speciale geometrie van het bevestigingsmiddel.
Hierdoor ontstaat een mechanische verankering.
Materiaal vloeit in de ondersnijding
Een typisch self-clinching bevestigingsmiddel bevat twee belangrijke geometrische kenmerken:
- materiaalverdringende elementen;
- een ondersnijding of ringgroef.
Tijdens het persen wordt plaatmateriaal verplaatst en stroomt dit in de ondersnijding.
Na montage kan het bevestigingsmiddel daardoor niet eenvoudig axiaal uit het gat worden getrokken.
Tegen verdraaien
Veel inpersmoeren en inpersbouten bevatten daarnaast een:
- karteling;
- ribben;
- vertanding;
- andere antirotatiegeometrie.
Deze grijpt in het plaatmateriaal.
Hierdoor ontstaat weerstand tegen:
torque-out / verdraaien.
Geen lasverbinding
Een belangrijk voordeel is dat voor normale self-clinching montage geen:
- lasapparaat;
- laswarmte;
- lasnaad
nodig is.
Dit maakt inpersbevestiging aantrekkelijk voor dun plaatwerk.
Geen traditionele tapbewerking
In zeer dun plaatmateriaal is vaak onvoldoende materiaaldikte aanwezig om sterke conventionele binnendraad rechtstreeks in de plaat te tappen.
Een inpersmoer voegt een afzonderlijk metalen schroefdraadlichaam toe.
Hierdoor kan in dun plaatmateriaal toch bruikbare metrische binnendraad worden gerealiseerd.
Inpersmoeren
Een van de bekendste productgroepen is:
inpersmoeren / self-clinching nuts.
Deze worden in een voorbereid rond gat geperst.
Na installatie blijft een permanente metrische binnendraad in het plaatwerk achter.
Toepassingen van inpersmoeren
Inpersmoeren worden bijvoorbeeld gebruikt voor:
- machinekappen;
- behuizingen;
- elektronicakasten;
- schakelkasten;
- serverchassis;
- montagepanelen.
Voordeel ten opzichte van gewone moer
Bij een normale bout-moerverbinding moet tijdens montage vaak toegang tot beide zijden van de plaat aanwezig zijn.
Wanneer een inpersmoer vooraf in het plaatwerk is gemonteerd, blijft de moer permanent aanwezig.
Tijdens eindmontage hoeft daardoor alleen de bout te worden ingebracht.
Standaard inpersmoer
Een standaard self-clinching nut heeft meestal:
- metrische binnendraad;
- clinching ring;
- antirotatiegeometrie.
De exacte vorm verschilt per fabrikant en productserie.
Blinde inpersmoer
Er bestaan ook:
blinde inpersmoeren.
Daarbij is de binnendraad aan één zijde afgesloten.
Dit kan interessant zijn wanneer:
- geen boutuiteinde mag uitsteken;
- vuil of vloeistof minder gemakkelijk via het draadkanaal naar de andere zijde mag komen;
- een gesloten montagezijde gewenst is.
Een blind uitgevoerde inpersmoer is echter niet automatisch een gecertificeerde vloeistof- of gasafdichting.
Flush inpersmoeren
Speciale:
flush self-clinching nuts
kunnen zo in het plaatmateriaal worden geperst dat het bevestigingsdeel aan één of beide relevante zijden zeer vlak wordt geïntegreerd.
Dit is nuttig wanneer weinig ruimte beschikbaar is.
Floating inpersmoeren
Er bestaan ook:
floating self-clinching nuts.
Daarbij kan het daadwerkelijke draadgedeelte binnen een beperkte afstand bewegen.
Deze beweging helpt om kleine positieverschillen tussen:
- plaatgat;
- bout;
- tweede constructiedeel
te compenseren.
Geen algemene speling aannemen
De toegestane:
- axiale;
- radiale
beweging van een floating nut is productspecifiek.
Gebruik hiervoor de fabrikantgegevens.
Borgende inpersmoeren
Er bestaan tevens:
self-locking inpersmoeren.
Deze combineren self-clinching montage met een borgende functie voor de bout.
Afhankelijk van product kan dit bijvoorbeeld gebeuren met:
- vervormde metalen draad;
- kunststof borginsert.
Niet iedere inpersmoer is dus automatisch borgend.
Inpersbouten
Naast inpersmoeren bestaan:
inpersbouten / self-clinching studs.
Deze creëren een permanente uitstekende:
metrische buitendraad
op het plaatmateriaal.
Flush-head inpersbout
Bij een typische flush-head inpersbout wordt de kop tijdens installatie in het plaatmateriaal ingebed.
Na montage kan de kopzijde vrijwel vlak met het plaatoppervlak liggen.
Materiaal rondom de kop
Tijdens installatie wordt plaatmateriaal rondom de speciale kopgeometrie verplaatst.
Dit materiaal grijpt rondom de:
- ribben;
- groef;
- kopvorm
en borgt de bout tegen trekken en draaien.
Waarom een inpersbout?
Een inpersbout is interessant wanneer na productie permanent een draadeind aan een plaat aanwezig moet zijn.
Hierop kunnen vervolgens bijvoorbeeld worden gemonteerd:
- moeren;
- ringen;
- afstandhouders;
- kabelbeugels;
- elektronische modules.
Inpersstiften
Naast draadbouten bestaan ook gladde:
inpersstiften / self-clinching pins.
Deze hebben geen buitendraad.
Ze kunnen onder andere worden gebruikt voor:
- positioneren;
- geleiden;
- uitlijnen;
- montage.
Positioneerpen
Een vaste gladde pen kan bijvoorbeeld worden gebruikt om twee platen tijdens montage nauwkeurig ten opzichte van elkaar te positioneren.
De bevestigingsbout hoeft daardoor niet tegelijkertijd alle positionering te verzorgen.
Inpers-afstandhouders
Een belangrijke productgroep zijn:
self-clinching standoffs / inpers-afstandhouders.
Deze worden permanent in één metalen plaat geperst en creëren vervolgens een vaste afstand tot een tweede component.
Toepassingen van afstandhouders
Veel voorkomende toepassingen zijn:
- printplaatmontage;
- elektronica;
- machinepanelen;
- meerdere platen boven elkaar;
- behuizingen.
Afstandhouder met binnendraad
Een self-clinching standoff kan aan de uitstekende zijde voorzien zijn van:
metrische binnendraad.
Hierin kan vanaf de andere constructie een passende bout worden gemonteerd.
Afstandhouder met doorlopend gat
Er bestaan ook uitvoeringen met een:
glad doorlopend gat.
Hierbij wordt de afstandhouder vooral gebruikt om:
- afstand;
- geleiding;
- positionering
te creëren.
Permanente montage in de basisplaat
Na correct inpersen zit de afstandhouder permanent in de eerste plaat.
Dit voorkomt dat tijdens eindassemblage een losse afstandsbus met de hand op zijn plaats moet worden gehouden.
Captive screws
Self-clinching technologie kan ook worden gebruikt voor:
captive screws / verliesvrije schroeven.
Hierbij blijft de schroef aan de plaat bevestigd, zelfs wanneer de verbinding wordt losgedraaid.
Waarom captive screws?
Dit is nuttig bij:
- onderhoudskappen;
- elektronica;
- inspectiepanelen;
- machines.
Een losgedraaide schroef kan dan minder eenvoudig:
- zoekraken;
- in de machine vallen.
Inpersbevestiging versus blindklinkmoer
Een inpersmoer moet niet worden verward met een:
blindklinkmoer.
Inpersmoer
Wordt door perskracht in relatief ductiel plaatmateriaal geclincht.
Blindklinkmoer
Wordt via axiale vervorming van zijn eigen schacht achter de plaat vastgezet.
De bevestigingsprincipes zijn dus volledig verschillend.
Toegang tijdens montage
Voor self-clinching montage is normaal gereedschap aan:
beide zijden
van de plaat nodig:
- pons/punch;
- aambeeld/anvil.
Een blindklinkmoer kan daarentegen vaak vanaf één zijde worden gemonteerd.
Inpersmoer versus lasmoer
Inpersmoer
Mechanische persverbinding.
Lasmoer
Wordt metallurgisch met het plaatmateriaal verbonden door lassen.
Inpersbevestiging voorkomt de warmte-inbreng van een lasproces.
Inpersmoer versus schroefdraadinsert
Een:
schroefdraadinsert
is een nog bredere productcategorie.
Inserts kunnen bijvoorbeeld worden:
- geschroefd;
- geperst;
- met warmte geplaatst;
- ultrasoon geplaatst.
Self-clinching bevestigers zijn specifiek ontworpen om door plastische vervorming van plaatmateriaal mechanisch te worden verankerd.
PEM is een merk
PEM® is een handelsmerk van PennEngineering.
Het bedrijf heeft self-clinching bevestiging sterk ontwikkeld en levert veel verschillende productseries.
Gebruik daarom in algemene categoriecontent:
inpersbevestiging / self-clinching
als generieke productnaam.
PEM kan daarnaast als merkfilter worden gebruikt wanneer ROKAFAST daadwerkelijk PEM-producten levert.
Self-clinching werkt door de plaat te vervormen
Een belangrijk principe is dat bij correcte installatie voornamelijk:
het plaatmateriaal
plastisch vervormt.
Het bevestigingsmiddel zelf hoort bij normale montage niet op dezelfde manier te worden:
- uitgezet;
- geklonken;
- gefelst.
Dat onderscheidt de techniek van verschillende klinkprocessen.
Plaatmateriaal moet kunnen vloeien
Omdat het plaatmateriaal rondom de clinching-geometrie moet vervormen, is voldoende:
ductiliteit
nodig.
Zeer harde of brosse materialen kunnen daarom ongeschikt zijn voor een bepaald inpersdeel.
Bevestiger moet harder zijn dan de plaat
Een fundamentele selectieregel bij self-clinching bevestiging is dat het bevestigingsmiddel voldoende harder moet zijn dan het materiaal waarin het wordt gemonteerd.
Anders kan de clinching-geometrie onvoldoende plaatmateriaal verdringen.
Geen universele hardheidsgrens
De maximale toegestane:
HRB of HB
verschilt per productserie.
Gebruik dus niet één algemene waarde voor alle inpersbevestiging.
Voorbeeld standaard inpersmoer
Bij een huidige PEM S-inpersmoer wordt bijvoorbeeld toepassing opgegeven in staal of aluminium tot:
HRB 80 / HB 150.
Andere productseries hebben andere grenzen.
CLS / CLSS
Een andere huidige PEM-inpersmoerserie is bijvoorbeeld bedoeld voor plaatmateriaal tot ongeveer:
HRB 70 / HB 125.
Dit laat zien dat zelfs vergelijkbare inpersmoeren verschillende hardheidslimieten hebben.
SP voor hardere RVS-plaat
Voor RVS plaat bestaat bijvoorbeeld de speciale:
SP-serie.
Deze is ontworpen voor aanzienlijk harder plaatmateriaal dan verschillende normale S/CLS-uitvoeringen.
De keuze van de juiste fastenerfamilie is daarom essentieel.
RVS plaat vraagt extra aandacht
RVS plaatmateriaal is doorgaans harder dan gewoon zacht staal of aluminium.
Een gewone RVS bevestiger van 300-serie RVS kan daardoor te zacht zijn om correct in RVS plaat te clinchen.
Daarom bestaan speciaal geharde uitvoeringen voor RVS plaat.
RVS bevestiger is dus niet automatisch geschikt voor RVS plaat
Dit klinkt tegenstrijdig maar is technisch belangrijk.
Alleen zeggen:
materiaal bevestiger = RVS
is onvoldoende.
Controleer altijd de maximaal toegestane:
plaathardheid.
Gatdiameter
Iedere self-clinching bevestiger heeft een voorgeschreven:
montagegatdiameter.
Deze maat is kritisch voor de mechanische verankering.
Gat te klein
Een te klein gat kan:
- montage verhinderen;
- de plaat ongewenst vervormen;
- de fastener beschadigen.
Gat te groot
Een te groot gat kan onvoldoende materiaal rondom de clinching-geometrie laten staan.
Hierdoor kunnen:
- push-out;
- torque-out
prestaties sterk afnemen.
Gatmaat niet afleiden uit M-maat
Een M6 inpersmoer heeft niet automatisch een:
Ø6 mm montagegat.
De buitendiameter van het clinching-gedeelte is groter dan de metrische binnendraad.
Gebruik daarom altijd de fabrikantgatmaat.
Voorbeeld flush inpersmoer M3
Een huidige flush PEM F M3-inpersmoer gebruikt bijvoorbeeld een plaatgat van ongeveer:
4,37 mm
en is in de betreffende uitvoering ontworpen voor plaatdiktes vanaf ongeveer:
1,53 mm.
Dit is een productspecifiek voorbeeld en geen algemene M3-maat.
Plaatdikte
Iedere productserie heeft een voorgeschreven:
minimale plaatdikte.
Sommige typen hebben zelfs een specifieke dikterange.
Waarom minimum plaatdikte?
Er moet voldoende plaatmateriaal aanwezig zijn om in de ondersnijding van de bevestiger te vloeien.
Bij een te dunne plaat kan onvoldoende mechanische verankering ontstaan.
Shank code
Veel professionele inpersmoeren worden daarom geleverd in verschillende:
shank codes / lengtecategorieën.
Iedere uitvoering past bij een bepaald plaatdiktebereik.
Niet automatisch dikste uitvoering kiezen
Een langere clinching-schacht is niet automatisch beter.
Wanneer de geometrie niet bij de plaatdikte past kan:
- de fastener onvoldoende vlak worden;
- de draad beschadigen;
- de plaat vervormen.
Kies de productspecifieke uitvoering.
Zeer dun plaatmateriaal
Moderne self-clinching technologie kan in bepaalde gespecialiseerde producten worden toegepast in extreem dun plaatmateriaal.
Dat betekent echter niet dat iedere standaard inpersmoer in bijvoorbeeld 0,5 mm plaat kan worden gemonteerd.
Controleer altijd de minimale plaatdikte van de concrete SKU.
Plaathardheid én plaatdikte
Voor correcte selectie moeten dus minimaal tegelijk worden gecontroleerd:
plaatdikte + materiaal + hardheid.
Alleen:
M6 voor staal
is onvoldoende technische productinformatie.
Geponst of geboord gat
Montagegaten kunnen afhankelijk van product:
- worden geponst;
- worden geboord.
De maat en kwaliteit van het gat moeten binnen de voorgeschreven toleranties blijven.
Ponszijde
Bij veel self-clinching bevestigers wordt montage vanaf de:
ponszijde
van het plaatgat aanbevolen.
Hierdoor wordt de geschikte zijde van de ponsgeometrie benut.
Niet ontbramen
Een belangrijk verschil met veel andere metaalbewerkingen is dat mounting holes voor klassieke self-clinching bevestigers meestal:
niet ontbraamd
moeten worden.
Het materiaal rond de scherpe rand is juist nodig voor een goede clinchverbinding.
Geen verzinking rond gat aanbrengen
Maak dus niet automatisch een:
- grote afschuining;
- verzinking;
- sterke afronding
rond het montagegat.
Hierdoor kan materiaal worden verwijderd dat nodig is om de ondersnijding te vullen.
Fabrikanttolerantie volgen
Gebruik altijd de voorgeschreven:
- gatdiameter;
- positieve tolerantie;
- gatvorm.
Een paar tienden verschil kan bij kleine fasteners al relevant zijn.
Rond gat
Normale self-clinching producten worden doorgaans in een:
rond gat
gemonteerd.
Een zeskantige kop betekent niet automatisch dat een zeskantig plaatgat nodig is.
De kopgeometrie kan juist door materiaalverdringing antirotatie creëren.
Perskracht
Een self-clinching fastener moet met gecontroleerde:
perskracht
worden geïnstalleerd.
De benodigde kracht wordt normaal in:
kN
opgegeven.
Geen universele perskracht per M-maat
De installatiekracht hangt af van:
- type fastener;
- materiaal;
- maat;
- plaatmateriaal;
- plaatdikte.
Gebruik dus geen algemene tabel zoals:
M6 = 20 kN.
Parallel persen
Tijdens installatie moeten:
punch en anvil
zoveel mogelijk parallel staan.
Hierdoor wordt de perskracht gelijkmatig rondom het bevestigingsmiddel overgebracht.
Geen hamer gebruiken
Een self-clinching bevestiger hoort niet met een:
hamer
in het gat te worden geslagen.
Een korte slag veroorzaakt niet de gecontroleerde materiaalvloei die nodig is om de clinching-geometrie volledig te vullen.
Persmachine
Voor serieproductie worden onder andere gebruikt:
- mechanische persen;
- pneumatische persen;
- hydraulische persen;
- gespecialiseerde inpersmachines.
De pers moet voldoende kracht kunnen leveren én controleerbaar zijn.
Niet overpersen
Meer perskracht is niet automatisch beter.
Te hoge perskracht kan leiden tot:
- vervormde kop;
- beschadigde draad;
- verbogen plaat;
- beschadiging van de bevestiger.
Optimum bepalen
Bij serieproductie moeten de door fabrikant aangegeven installatiekrachten als uitgangspunt worden gebruikt.
Vervolgens moet de correcte instelling voor de daadwerkelijke:
- plaat;
- fastener;
- tooling
worden gevalideerd.
Flush montage
Bij veel inpersmoeren en inpersbouten moet de relevante schouder of kop na correcte montage:
vlak tegen of in het plaatoppervlak
liggen.
Controleer hiervoor de producttekening.
Geen ruimte onder kop
Wanneer na installatie duidelijk een ongewenste opening onder de clinching-schouder zichtbaar blijft kan de verbinding onvoldoende zijn ingeperst.
Controleer:
- perskracht;
- gatmaat;
- plaatdikte;
- hardheid.
Randafstand
Een zeer belangrijk kenmerk is:
minimum centerline-to-edge distance.
Dit is de minimale afstand vanaf het middelpunt van het montagegat tot de rand van de plaat.
Te dicht bij de rand
Tijdens clinching wordt plaatmateriaal radiaal verplaatst.
Wanneer het gat te dicht bij een vrije rand zit kan deze rand:
- uitbollen;
- vervormen.
De mechanische prestaties kunnen daardoor afnemen.
Geen universele randafstand
De minimale randafstand verschilt per:
- bevestigertype;
- maat;
- kopgeometrie.
Sla deze daarom productspecifiek op.
Speciale close-to-edge producten
Voor constructies met zeer weinig randruimte bestaan speciale self-clinching geometrieën.
Deze zijn specifiek ontworpen om materiaalverplaatsing bij de rand beter te beheersen.
Gebruik daarvoor echte productspecifieke data.
Afstand tot zetlijn
Ook de afstand tussen een inpersbevestiger en een latere:
buig-/zetlijn
is belangrijk.
Koudvervorming rond de fastener kan de clinchverbinding beïnvloeden.
Eerst persen of eerst zetten?
De optimale productvolgorde is productspecifiek.
Een fastener te dicht bij een reeds sterk koudvervormde zetlijn monteren kan problematisch zijn.
Plan plaatbewerking en fastener-installatie daarom samen.
Lokaal gehard plaatmateriaal
Processen zoals:
- ponsen;
- lasersnijden;
- buigen
kunnen plaatselijk de materiaaleigenschappen beïnvloeden.
Dit is vooral relevant bij hardere materialen zoals RVS.
Push-out
Een belangrijke prestatiemaat is:
push-out resistance.
Deze geeft aan hoeveel axiale kracht nodig is om de inpersbevestiger uit zijn montagegat te drukken.
Push-out in newton
Deze waarde wordt vaak opgegeven in:
N.
Hij hangt sterk af van het gebruikte:
- plaatmateriaal;
- plaatdikte;
- montagekwaliteit.
Torque-out
Een tweede belangrijke waarde is:
torque-out resistance.
Deze beschrijft de weerstand tegen het verdraaien van het bevestigingsmiddel in de plaat.
Torque-out in Nm
Deze wordt meestal weergegeven in:
N·m.
Een hoge torque-out weerstand is belangrijk wanneer bijvoorbeeld een bout in een permanente inpersmoer wordt vastgedraaid.
Pull-through
Voor bijvoorbeeld inpersbouten wordt ook:
pull-through resistance
gebruikt.
Dit is gerelateerd aan de belasting waarbij de kop door het plaatmateriaal wordt getrokken.
Verschillende prestatiebegrippen niet verwarren
Push-out
Fastener uit het gat drukken.
Torque-out
Fastener in het gat laten roteren.
Pull-through
Fastener/kop door het plaatmateriaal trekken.
Deze waarden zeggen iets anders over de verbinding.
Testplaatmateriaal belangrijk
Fabrikanttabellen vermelden vaak de prestaties gemeten in een bepaalde:
- aluminiumlegering;
- staalsoort;
- plaatdikte.
Gebruik deze cijfers niet als universele belastingswaarde in ieder ander materiaal.
Voorbeeld inpersbout
Een actuele PEM FH M4-inpersbout gebruikt bijvoorbeeld een:
4,0 mm montagegat.
Bij tests in 1,5 mm staal wordt voor deze specifieke uitvoering een installatiekracht van ongeveer:
28,9 kN
opgegeven en andere prestatiecijfers dan bij montage in aluminium.
Dat laat goed zien waarom materiaal in de productdata hoort.
Geen algemene draagkracht in kg
Vermijd daarom webshopteksten zoals:
M6 inpersmoer houdt 500 kg.
De feitelijke capaciteit hangt af van:
- plaatmateriaal;
- plaatdikte;
- belastingrichting;
- fastener;
- bevestigingsbout;
- montagekwaliteit.
Boutaandraaimoment
Ook het maximaal of aanbevolen:
aandraaimoment
is productspecifiek.
Te hoog boutmoment kan leiden tot:
- torque-out van de inpersmoer;
- beschadigde binnendraad;
- plaatvervorming.
Gebruik fabrikantgegevens.
Plaat is onderdeel van de verbinding
Een self-clinching fastener kan op zichzelf van zeer sterk staal zijn.
Maar de totale bevestiging kan alsnog worden beperkt door het:
dunne plaatmateriaal.
Daarom moeten fastener en plaat altijd als één systeem worden beoordeeld.
Materiaal inpersbevestiger
Veel voorkomende materialen zijn:
- gehard koolstofstaal;
- RVS;
- aluminium.
Welke combinatie geschikt is hangt vooral af van:
- plaathardheid;
- corrosie;
- benodigde prestaties.
Geharde stalen inpersmoeren
Gehard staal wordt veel gebruikt omdat het clinching-gedeelte harder moet zijn dan normaal zacht:
- staalplaat;
- aluminiumplaat.
Het staal krijgt vaak een oppervlaktebehandeling tegen corrosie.
Verzinkte uitvoering
Een veel voorkomende combinatie is:
Materiaal = gehard staal.
Oppervlaktebehandeling = verzinkt.
Behandel deze gegevens als afzonderlijke eigenschappen.
RVS bevestigers
RVS inpersbevestigers zijn interessant wanneer:
- corrosiebestendigheid;
- materiaalcompatibiliteit
belangrijk zijn.
Maar zoals eerder beschreven moet de hardheid ten opzichte van het plaatmateriaal worden gecontroleerd.
300-serie RVS
300-serie RVS wordt bijvoorbeeld gebruikt voor fasteners die in voldoende zachte staal- of aluminiumplaat worden gemonteerd.
Het is niet automatisch geschikt om in harde 300-serie RVS plaat te clinchen.
Geharde RVS-fasteners
Voor RVS plaat bestaan daarom speciale:
hardere RVS-uitvoeringen.
Gebruik hiervoor uitsluitend de productserie die door fabrikant voor de betreffende maximale plaathardheid wordt opgegeven.
Aluminium inpersbevestigers
Aluminium fasteners kunnen worden gebruikt in daarvoor geschikte:
zachte aluminium plaat.
De maximale toegestane hardheid ligt bij dergelijke fasteners doorgaans lager dan bij gehard stalen uitvoeringen.
Corrosiecombinatie
Wanneer verschillende metalen worden gecombineerd kan:
galvanische corrosie
relevant worden.
Bijvoorbeeld:
- RVS fastener in aluminium plaat;
- staal in aluminium;
- verschillende oppervlaktebehandelingen.
Dit is vooral belangrijk bij aanwezigheid van vocht of elektrolyt.
Voorbehandelde plaat
Zelf-clinching bevestigers kunnen afhankelijk van serie in bepaalde vooraf afgewerkte plaatmaterialen worden gebruikt.
Maar coating, anodiseren en montagevolgorde kunnen invloed hebben op:
- passing;
- elektrische verbinding;
- corrosie;
- clinchprestatie.
Volg daarom de fabrikantprocedure voor de specifieke combinatie.
Elektrische verbinding
Metalen inpersbevestigers kunnen onderdeel worden van een:
- chassis;
- massa;
- aardverbinding.
Daarvoor moeten elektrische eigenschappen specifiek worden beoordeeld.
Een mechanisch stevige verbinding is niet automatisch een gecertificeerde beschermingsaarde.
Inpersmoer na poedercoaten
Wanneer een verbinding na het inpersen wordt gepoedercoat kan coating in:
- draad;
- contactoppervlakken
terechtkomen.
Gebruik passende procesbescherming wanneer de schroefdraad of elektrische continuïteit functioneel kritisch is.
Niet nabewerken zonder reden
De clinching-geometrie moet na montage intact blijven.
Ongecontroleerd:
- slijpen;
- frezen;
- uitboren
rondom de bevestiger kan de mechanische borging aantasten.
Inpersbevestiging kiezen
Producttype
Kies inpersmoer, inpersbout, stift, afstandhouder, floating nut of speciale uitvoering.
Draadmaat
Kies de benodigde metrische binnen- of buitendraad.
Draadspoed
Controleer de daadwerkelijke spoed.
Plaatmateriaal
Bepaal staal, RVS, aluminium of ander geschikt ductiel metaal.
Plaatdikte
Controleer de minimale of voorgeschreven plaatdikterange.
Plaathardheid
De fastener moet voor de daadwerkelijke hardheid van de plaat zijn goedgekeurd.
Gatdiameter
Gebruik exact de productspecifieke montagemaat en tolerantie.
Randafstand
Controleer de minimale centerline-to-edge distance.
Materiaal fastener
Kies passend gehard staal, RVS of aluminium.
Oppervlaktebehandeling
Controleer bijvoorbeeld verzinken of passiveren.
Installatiekracht
Gebruik de door fabrikant voorgeschreven kracht als uitgangspunt.
Push-out
Controleer bij axiale belasting de productspecifieke waarde.
Torque-out
Controleer bij geschroefde verbindingen de weerstand tegen verdraaien.
Boutmoment
Gebruik waar beschikbaar het aanbevolen maximale montagekoppel.
Algemene montageprocedure
Een typische montageprocedure is:
- Selecteer de juiste fastener voor materiaal en plaathardheid.
- Controleer minimale plaatdikte.
- Maak het montagegat met de opgegeven diameter.
- Ontbraam of verzink het gat niet wanneer de productspecificatie dit niet toestaat.
- Plaats het bevestigingsmiddel vanaf de voorgeschreven zijde.
- Zorg dat de pilot of schacht volledig in het gat zit.
- Positioneer punch en anvil parallel.
- Breng gecontroleerde perskracht aan.
- Pers totdat de clinching-geometrie volledig is ingebed volgens de productinstructie.
- Vermijd overpersen.
- Controleer vlakheid en vervorming rondom het gat.
- Controleer draad en montagefunctie.
- Valideer bij serieproductie de verbinding met productspecifieke performance-eisen.
Niet met een hamer monteren
Een belangrijke montagefout is proberen een self-clinching fastener:
met een hamer in de plaat te slaan.
Hierbij wordt de noodzakelijke materiaalvloei niet gecontroleerd opgebouwd.
Gebruik een geschikte pers.
Montagegereedschap
Bij iedere fastener kunnen specifieke:
- punches;
- anvils;
- houders
nodig zijn.
Bij inpersbouten en standoffs moet het aambeeld bijvoorbeeld ruimte bieden aan het uitstekende deel.
Productieautomatisering
Self-clinching technologie is bijzonder geschikt voor serieproductie.
Fasteners kunnen met geschikte apparatuur:
- automatisch worden toegevoerd;
- gepositioneerd;
- geperst.
Hierdoor kan plaatassemblage zeer efficiënt worden uitgevoerd.
Inpers bevestiging bestellen bij ROKAFAST
Bij ROKAFAST vind je inpers bevestiging voor het creëren van permanente schroefdraad-, draadeind-, positioneer- en afstandsfuncties in dun metalen plaatmateriaal.
Afhankelijk van de toepassing bestaat het assortiment uit onder andere:
- inpersmoeren;
- inpersbouten;
- inpersstiften;
- inpers-afstandhouders;
- blinde inpersmoeren;
- vlakke inpersmoeren;
- floating nuts;
- speciale self-clinching bevestigers.
Kies de juiste inpersbevestiging niet uitsluitend op draadmaat.
Voor een betrouwbare clinchverbinding moeten ook plaatmateriaal, plaatdikte, plaathardheid, montagegat, randafstand en installatiekracht bij het concrete product passen.
Voor mechanisch kritische toepassingen moeten daarnaast productspecifieke waarden zoals push-out, torque-out, pull-through en aanbevolen boutmoment worden gecontroleerd.
Gerelateerde producten
Naast inpers bevestiging vind je binnen het ROKAFAST-assortiment Blindklinkmoeren, Lasmoeren, Lasstiften, Schroefdraadinserts, Afstandsteunen, Machineschroeven, Cilinderschroeven met binnenzeskant en Vlakke sluitringen.
Gebruik een self-clinching bevestiger wanneer persmontage in ductiel plaatmateriaal mogelijk is, een blindklinkmoer wanneer slechts één zijde bereikbaar is en een lasmoer wanneer een gelaste metrische binnendraadverbinding gewenst is.
Veelgestelde vragen over inpers bevestiging
Wat is inpers bevestiging?
Inpers bevestiging omvat bevestigingsmiddelen die met gecontroleerde perskracht permanent in plaatmateriaal worden verankerd.
Wat betekent self-clinching?
Self-clinching beschrijft een bevestiger waarbij het plaatmateriaal tijdens persmontage in speciale geometrie van de fastener vloeit en zo een mechanische verankering creëert.
Is PEM hetzelfde als inpersbevestiging?
Nee. PEM® is een merknaam. Self-clinching of inpersbevestiging is de generieke technologie.
Welke soorten inpersbevestiging bestaan?
Onder andere inpersmoeren, inpersbouten, inpersstiften, afstandhouders, floating nuts en captive fasteners.
Wat is een inpersmoer?
Een permanent in plaatmateriaal geperste moer waarmee metrische binnendraad in dun plaatwerk wordt gecreëerd.
Wat is een inpersbout?
Een permanent in plaatmateriaal geperste bout of stud met uitstekende buitendraad.
Wat is een inpers-afstandhouder?
Een self-clinching component die permanent aan de plaat wordt bevestigd en tegelijkertijd een vaste montageafstand creëert.
Wat is een floating nut?
Een inpersmoer waarbij het draadgedeelte beperkt kan bewegen om kleine uitlijnfouten te compenseren.
Wat is een blinde inpersmoer?
Een inpersmoer met een gesloten uiteinde van het draadgat.
Is een blinde inpersmoer automatisch waterdicht?
Nee. Een gesloten draadgat betekent niet automatisch dat de complete verbinding een gecertificeerde vloeistofdichte afdichting vormt.
Wat is een flush inpersmoer?
Een uitvoering die na installatie zeer vlak in het plaatoppervlak geïntegreerd kan worden.
Hoe blijft een inpersmoer vastzitten?
Plaatmateriaal wordt tijdens het persen in een ondersnijding van de bevestiger gedwongen en antirotatiegeometrie voorkomt verdraaien.
Vervormt de inpersmoer zelf tijdens installatie?
Bij klassieke self-clinching technologie is juist de gecontroleerde vervorming van het omliggende plaatmateriaal het belangrijkste clinching-principe.
Kan ik een inpersmoer met een hamer monteren?
Nee. Voor betrouwbare installatie is gecontroleerde perskracht tussen passende gereedschapsvlakken nodig.
Heb ik een pers nodig?
Ja, voor conventionele self-clinching bevestigers is een gecontroleerde persbeweging de normale montagemethode.
Moet de pers recht staan?
Punch en anvil moeten tijdens installatie zoveel mogelijk parallel staan.
Hoeveel perskracht is nodig?
Dat verschilt per fastener, maat, materiaal en plaat. Gebruik de productspecifieke fabrikantwaarde.
Is meer perskracht beter?
Nee. Overpersen kan de draad, fastener of plaat beschadigen.
Welk gat moet ik boren voor een M6 inpersmoer?
Dat kan niet uit M6 alleen worden bepaald. Gebruik de exacte gatdiameter van de betreffende inpersmoer.
Waarom is de gatmaat groter dan M6?
M6 beschrijft de binnendraad. De buitenste clinching-geometrie heeft een grotere diameter.
Mag ik het gat ontbramen?
Bij klassieke self-clinching fasteners schrijft de fabrikant vaak juist voor het montagegat niet te ontbramen, omdat materiaal rondom de gatkant voor het clinching-proces nodig is.
Kan ik een verzinkboor gebruiken?
Niet tenzij de specifieke fastener dit vereist. Voor standaard self-clinching montage is een verzinking rond het gat meestal ongewenst.
Kan een gat worden geponst?
Ja. Veel self-clinching systemen zijn specifiek ontwikkeld voor nauwkeurig geponste ronde gaten.
Kan een gat worden geboord?
Bij veel producten wel, zolang diameter, tolerantie en gatkwaliteit voldoen aan de productspecificatie.
Waarom is de ponszijde belangrijk?
Bij veel self-clinching bevestigers wordt montage vanaf de punch side aanbevolen vanwege de geometrie van het geponste gat.
Welke plaatdikte is nodig?
Dat verschilt per product. Iedere fastener heeft een voorgeschreven minimale plaatdikte of dikterange.
Wat gebeurt er als de plaat te dun is?
Er kan onvoldoende materiaal aanwezig zijn om de clinching-geometrie correct te vullen.
Waarom is plaathardheid belangrijk?
De bevestiger moet voldoende harder zijn dan het plaatmateriaal om het materiaal tijdens installatie gecontroleerd te kunnen verdringen.
Kan een normale stalen inpersmoer in RVS?
Niet automatisch. RVS plaat kan te hard zijn. Gebruik een product dat expliciet voor de betreffende RVS-hardheid is ontwikkeld.
Kan een RVS inpersmoer in RVS plaat?
Ook niet automatisch. Een 300-serie RVS fastener kan juist onvoldoende hard zijn voor 300-serie RVS plaat.
Zijn er speciale fasteners voor RVS?
Ja. Fabrikanten hebben specifiek geharde productseries voor hardere RVS-panelen.
Kan een inpersmoer in aluminium?
Ja, wanneer de productserie geschikt is voor de gebruikte aluminiumkwaliteit en hardheid.
Welke materialen bestaan voor inpersbevestigers?
Onder andere gehard koolstofstaal, RVS en aluminium.
Is RVS een oppervlaktebehandeling?
Nee. RVS is het basismateriaal. Verzinken of passiveren zijn oppervlaktebehandelingen.
Wat is push-out?
De axiale kracht die nodig is om de inpersbevestiger uit de plaat te drukken.
Wat is torque-out?
Het moment waarbij de bevestiger in het plaatmateriaal begint te verdraaien.
Wat is pull-through?
De belasting waarbij bijvoorbeeld een inpersbout door of uit het plaatmateriaal wordt getrokken.
Heeft iedere M6-inpersmoer dezelfde push-out?
Nee. Plaatmateriaal, dikte, fastenertype en montage bepalen mede de waarde.
Hoe dicht mag een inpersmoer bij de plaatrand zitten?
Iedere SKU heeft een minimale centerline-to-edge distance. Gebruik deze fabrikantwaarde.
Wat gebeurt er te dicht bij de rand?
Het plaatmateriaal kan tijdens het persen naar buiten uitbollen of vervormen.
Mag ik een inpersmoer vlak bij een zetlijn plaatsen?
Alleen wanneer de productspecificatie en constructie dit toelaten. Sterk koudvervormd materiaal rond een zetlijn kan de clinchwerking beïnvloeden.
Kan ik een inpersmoer na het lakken monteren?
Dat hangt van fastener, coating en proces af. Volg de fabrikantprocedure; oppervlakteafwerking kan de clinchverbinding beïnvloeden.
Is een inpersmoer hetzelfde als een blindklinkmoer?
Nee. Een blindklinkmoer vervormt zijn eigen schacht achter de plaat; een self-clinching nut wordt door materiaalverplaatsing van de plaat verankerd.
Wat is het voordeel ten opzichte van een blindklinkmoer?
Self-clinching kan een zeer compacte en sterke permanente bevestiging opleveren en is zeer geschikt voor seriematige plaatproductie.
Wat is het voordeel van een blindklinkmoer?
Deze kan vaak vanaf één zijde worden gemonteerd.
Is een inpersmoer hetzelfde als een lasmoer?
Nee. Een inpersmoer is mechanisch geclincht; een lasmoer wordt gelast.
Welke DIN-norm geldt voor inpersbevestiging?
Voor de brede categorie bestaat geen universele DIN-productnorm die alle self-clinching moeren, studs, standoffs en speciale fasteners omvat.
Welke ISO-norm geldt voor de metrische draad?
Voor normale commerciële metrische draad zijn onder andere ISO 262 en ISO 965 relevant.
Wat is de actuele ISO 965-1?
Sinds april 2026 is ISO 965-1:2026 de actuele editie voor het tolerantiesysteem van algemene metrische ISO-schroefdraad.
Hoe kies ik de juiste inpersbevestiging?
Controleer producttype, draadmaat, plaatmateriaal, plaatdikte, plaathardheid, gatdiameter, randafstand, fastenermateriaal, installatiekracht en benodigde push-out- en torque-outprestaties.


Inpers bevestiging voor het creëren van sterke en permanente bevestigingspunten in dun plaatmateriaal zonder lassen of traditioneel tappen. Het assortiment omvat onder andere inpersmoeren, inpersbouten, inpersstiften, afstandhouders en andere self-clinching bevestigers voor staal, RVS en aluminium plaat. Kies het juiste inpersdeel op basis van type, draadmaat, plaatdikte, gatdiameter, plaathardheid, materiaal en benodigde mechanische belastbaarheid.