Tapeinden
Tapeinden voor sterke en demonteerbare verbindingen
Tapeinden worden toegepast wanneer een onderdeel regelmatig moet kunnen worden gedemonteerd zonder telkens schroefdraad uit het basismateriaal te belasten.
Een uiteinde van het tapeind wordt in een getapt gat van bijvoorbeeld een machinehuis geschroefd. Aan de andere zijde wordt het te bevestigen onderdeel met een passende moer vastgezet.
Tapeinden worden veel gebruikt binnen:
- machinebouw;
- motoren en transmissies;
- pompen en compressoren;
- flensverbindingen;
- apparatenbouw;
- automotive;
- onderhoud en revisie.
Vooral bij getapte gaten in kostbare machineonderdelen kan een tapeind voordelen bieden ten opzichte van herhaaldelijk gemonteerde bouten.
DIN 938 – inschroeflengte circa 1d
Een bekende uitvoering is het tapeind volgens DIN 938.
Hierbij bedraagt de inschroeflengte ongeveer 1 × de nominale draaddiameter (1d).
Bij een M10-tapeind betekent dit bijvoorbeeld dat het inschroefgedeelte ongeveer 10 mm lang is.
DIN 938-uitvoeringen worden toegepast wanneer het basismateriaal voldoende sterkte biedt om met een relatief korte inschroeflengte voldoende draadinschakeling te realiseren.
DIN 939 – inschroeflengte circa 1,25d
DIN 939 heeft een langere inschroefzijde van ongeveer 1,25 × de nominale draaddiameter.
Bij M10 komt dit neer op ongeveer 12 à 13 mm.
Deze uitvoering wordt onder andere toegepast bij verbindingen in gietijzer, waar een grotere draadinschakeling dan bij sterk staal gewenst kan zijn.
De langere inschroefzijde verdeelt de belasting over meer draadgangen in het basismateriaal.
DIN 835 – inschroeflengte circa 2d
Voor materialen waarbij nog meer draadinschakeling nodig is, bestaan tapeinden volgens DIN 835.
Hierbij bedraagt de inschroeflengte ongeveer:
2 × de nominale draaddiameter.
Een M10-uitvoering heeft daardoor een inschroefgedeelte van ongeveer 20 mm.
DIN 835 wordt onder andere toegepast bij aluminiumlegeringen en andere relatief zachtere basismaterialen, waarbij meer draadlengte nodig kan zijn om de belasting over voldoende materiaal te verdelen.
Waarom verschillende inschroeflengtes?
De juiste inschroeflengte hangt sterk samen met het materiaal waarin het tapeind wordt gemonteerd.
In het algemeen geldt dat een relatief zacht basismateriaal meer draadinschakeling nodig kan hebben dan een sterk stalen onderdeel.
Daarom bestaan verschillende DIN-uitvoeringen.
Voorbeelden:
DIN 938 – circa 1d
Relatief korte inschroefzijde.
DIN 939 – circa 1,25d
Langere inschroefzijde, onder andere toegepast in gietijzer.
DIN 835 – circa 2d
Nog grotere inschroeflengte, onder andere toegepast in aluminiumlegeringen.
De uiteindelijke keuze moet altijd aansluiten op materiaal, belasting en constructie.
Werkende lengte en totale lengte
Bij het bestellen van tapeinden is het belangrijk om goed te kijken naar de aangegeven lengte.
Bij klassieke DIN-tapeinden wordt vaak de werkende lengte L opgegeven.
Het gedeelte dat in het basismateriaal wordt geschroefd, komt daar nog bij.
Een DIN 938 tapeind M10 × 70 heeft bijvoorbeeld:
- werkende lengte L: 70 mm;
- inschroeflengte: ongeveer 10 mm;
- totale lengte: ongeveer 80 mm.
Controleer daarom altijd hoe de leverancier de lengte specificeert.
Schroefdraad aan beide uiteinden
Een traditioneel tapeind heeft twee functionele schroefdraadzijden:
Inschroefzijde
Wordt in het getapte basismateriaal gemonteerd.
Moerzijde
Blijft beschikbaar voor montage van het onderdeel en de bijbehorende moer.
Afhankelijk van lengte en uitvoering kan tussen beide draadgedeelten een gedeelte zonder volledige functionele schroefdraad aanwezig zijn.
Hiermee onderscheidt een klassiek tapeind zich van een DIN 976-draadeind dat volledig van doorlopende schroefdraad is voorzien.
Tapeind versus DIN 976 draadeind
Deze termen worden in de praktijk soms door elkaar gebruikt, maar technisch is er een duidelijk verschil.
Tapeind
- specifieke inschroefzijde;
- aparte moerzijde;
- vaak DIN 835, DIN 938 of DIN 939;
- ontworpen om met één uiteinde in een getapt onderdeel te blijven zitten.
DIN 976 draadeind
- doorgaans over de volledige lengte geschroefd;
- geen afzonderlijk gedefinieerde inschroefzijde;
- veel gebruikt voor algemene verbindingen en verankering.
Controleer daarom bij vervanging altijd welke uitvoering oorspronkelijk is voorgeschreven.
Sterkteklassen
Stalen tapeinden zijn verkrijgbaar in verschillende sterkteklassen, zoals:
- 5.8;
- 8.8;
- andere klassen afhankelijk van uitvoering.
De juiste mechanische eigenschappen worden bepaald door:
- belasting;
- basismateriaal;
- gebruikte moer;
- draaddiameter;
- constructie.
Bij sterk belaste verbindingen moeten tapeind, moer en getapt onderdeel technisch op elkaar zijn afgestemd.
Materiaal
Tapeinden zijn verkrijgbaar in verschillende basismaterialen, waaronder:
- staal;
- RVS A2;
- RVS A4.
RVS is een basismateriaal en geen oppervlaktebehandeling.
De materiaalkeuze hangt af van onder andere:
- mechanische belasting;
- corrosie;
- temperatuur;
- basismateriaal;
- gebruiksomgeving.
Oppervlaktebehandeling
Stalen tapeinden kunnen afhankelijk van de uitvoering worden geleverd als:
- blank;
- elektrolytisch verzinkt;
- met andere beschermende oppervlaktebehandelingen.
De oppervlaktebehandeling moet passen bij zowel de corrosieomgeving als de overige bevestigingsmiddelen in de verbinding.
Voordeel bij onderhoud
Een belangrijk voordeel van een tapeind is dat het inschroefgedeelte in het machineonderdeel kan blijven zitten wanneer de verbinding wordt geopend.
Bij onderhoud hoeft dan alleen de moer te worden verwijderd.
Dit kan slijtage aan het getapte gat helpen beperken en is vooral interessant bij:
- motorblokken;
- pomphuizen;
- machinehuizen;
- regelmatig gedemonteerde flenzen;
- kostbare machineonderdelen.
Tapeinden bestellen bij ROKAFAST
Bij ROKAFAST vind je tapeinden voor professionele toepassingen binnen machinebouw, automotive, apparatenbouw en onderhoud.
Kies de juiste uitvoering vooral op basis van DIN-uitvoering, draadmaat, werkende lengte, inschroeflengte, sterkteklasse, materiaal en oppervlaktebehandeling.
Door ook rekening te houden met het materiaal van het getapte onderdeel selecteer je een tapeind met een passende inschroeflengte voor de betreffende constructie.
Veelgestelde vragen
Wat is een tapeind?
Een bevestigingsmiddel met schroefdraad aan beide functionele uiteinden, waarbij één zijde in een getapt onderdeel wordt geschroefd en de andere zijde met een moer wordt gebruikt.
Wat is het verschil tussen DIN 938 en DIN 939?
DIN 938 heeft een inschroeflengte van ongeveer 1d. DIN 939 heeft een langere inschroefzijde van ongeveer 1,25d.
Wat is DIN 835?
DIN 835 betreft tapeinden met een inschroeflengte van ongeveer 2d en wordt onder andere toegepast bij aluminiumlegeringen.
Waarom verschilt de inschroeflengte?
Relatief zachtere basismaterialen kunnen meer draadinschakeling nodig hebben om de belasting voldoende over het materiaal te verdelen.
Wat is het verschil met een DIN 976 draadeind?
Een DIN 976 draadeind is doorgaans volledig geschroefd. Een klassiek tapeind heeft een specifiek inschroefgedeelte en een afzonderlijke moerzijde.
Hoe wordt de lengte van een DIN-tapeind aangegeven?
Bij deze tapeinden wordt vaak de werkende lengte L vermeld. De inschroeflengte komt daar bij de totale productlengte nog bij.
Waar moet ik bij selectie vooral op letten?
Op DIN-type, draadmaat, draadspoed, werkende lengte, inschroeflengte, sterkteklasse, materiaal, oppervlaktebehandeling en het basismateriaal waarin het tapeind wordt geschroefd.


Tapeinden zijn bevestigingsmiddelen met schroefdraad aan beide uiteinden en worden gebruikt wanneer één zijde permanent of stevig in een getapt onderdeel wordt geschroefd en de andere zijde met een moer wordt vastgezet. Ze worden veel toegepast binnen machinebouw, motoren, pompen, flensverbindingen en onderhoud. Bekende uitvoeringen zijn DIN 938, DIN 939 en DIN 835, met verschillende inschroeflengtes. Kies het juiste tapeind op basis van draadmaat, lengte, inschroeflengte, sterkteklasse, materiaal en oppervlaktebehandeling.